grijze grasuil Mythimna pudorina

De voorvleugels van de grijze stofuil zijn bestoven met zwartachtige schubben, vooral langs de aders, en het sterkst langs de hoofdader.
Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Hadeninae / Mythimna pudorina
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt verspreid voor in de duinen en op de zandgronden in het binnenland, maar wordt ook daarbuiten af en toe waargenomen; meestal niet talrijk. RL: kwetsbaar.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 16-19 mm. Deze Mythimna-soort heeft een brede voorvleugel met een licht gebogen voorrand en een weinig uitgesproken tekening en is over het algemeen goed herkenbaar. De licht strokleurige, enigszins pastelroze of lichtbruin getinte voorvleugel heeft een variabele zwartachtig grijze bestuiving; dwarslijnen en uilvlekken ontbreken. De donkere lengtestrepen op de vleugel, die veroorzaakt worden door zwartachtige schubben, zijn vooral duidelijk langs de hoofdader in het midden van de vleugel en in mindere mate langs de aders aan weerszijden daarvan; ook in het zoomveld vallen ze goed op. De achtervleugel is grijsachtig bruin.

Gelijkende soorten vlinder

Zie de kleine rietvink (Simyra albovenosa).

Gelijkende soorten vlinder

kleine rietvink
Simyra albovenosa

Gelijkende soorten rups

Eenstreepgrasuil (Mythimna conigera), gekraagde grasuil (Mythimna ferrago), witstipgrasuil (Mythimna albipuncta), helmgrasuil (Mythimna litoralis), witte-l-uil (Mythimna l-album), zesstreepuil (Xestia sexstrigata) en vierkantvlekuil (Xestia xanthographa).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

witstipgrasuil
Mythimna albipuncta

zesstreepuil
Xestia sexstrigata

gekraagde grasuil
Mythimna ferrago

helmgrasuil
Mythimna litoralis

eenstreepgrasuil
Mythimna conigera

witte-l-uil
Mythimna l-album

vierkantvlekuil
Xestia xanthographa

Levenscyclus

Rups: augustus-mei. De soort overwintert als jonge rups. De rups foerageert ´s nachts, meestal dicht bij de grond. De verpopping vindt plaats in een cocon in de strooisellaag.

Waardplanten

Diverse grassen, waaronder riet, pijpenstrootje en rietgras.

Habitat

Habitat: Moerassen, natte heiden en graslanden.

Vliegtijd en gedrag

Begin juni-half augustus in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken bloeiende grassen.

België

In Vlaanderen vrij zeldzaam en wijdverbreid in de Kempen en aan de kust, lokaal algemeen; elders in Oost- en West-Vlaanderen bekend van een beperkt aantal vindplaatsen en zeldzaam. In Wallonië zeldzaam maar bekend uit alle provincies.

Mondiaal

In Europa vooral in het centrale deel, naar het noorden tot Midden-Engeland, Zuid-Noorwegen, Zuid-Zweden, Zuid-Finland, naar het zuiden tot Midden-Spanje, Zuid-Frankrijk, Noord-Italië, vroeger Joegoslavië, Bulgarije en Roemenië (opgaven van Sicilië zijn twijfelachtig). Ook in Klein-Azië (zeldzaam), de Kaukasus, Armenië, Noord-, Midden- en Oost-Azië tot Korea en Japan.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Striped Wainscot
Duitse naam
Breitflügel-Graseule
Franse naam
la Noctuelle pudorine
Synoniemen
Leucania pudorina, Aletia pudorina, Sideridis pudorina, Mythimna impudens, Leucania impudens
Toelichting Nederlandse naam

Alle grasuilen hebben een relatie met grassen.
De vlinders van deze soort zijn vooral grijs, soms met een licht rode zweem.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Mythimna: mithimna is een stad op het eiland Lesbos. Deze uitleg komt van Treitschke die 'Die Schmetterlinge von Europa' afmaakte na de dood van Ochsenheimer. Sodoffsky (1837) verbeterde de spelling naar Mithimna.
pudorina: pudor = een gevoel van schaamte die resulteert in blozen en dat wijst op de roze gloed op de voorvleugels van de vlinder.

Auteursnaam en jaartal
(Denis & Schiffermüller, 1775)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

zwarte-c-uil
Xestia c-nigrum

zandhalmuiltje
Mesoligia furuncula

witvlek-silene-uil
Hadena albimacula

dubbelpijl-uil
Graphiphora augur

zwartstipvlinder
Agrochola lota

katoendaguil
Helicoverpa armigera

alle soorten uit deze familie