grauwe monnik Cucullia umbratica

Omdat sla en andijvie ook waardplanten zijn van de grauwe monnik, kan deze soort in volkstuinen worden aangetroffen.
Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Cuculliinae / Cucullia umbratica
Groep
Nachtvlinder die zowel dagactief als nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt verspreid over het hele land voor, vooral in de duinen en op de zandgronden in het binnenland. RL: gevoelig.

Rode lijst
gevoelig

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 22-26 mm. Deze uil lijkt qua vorm en rusthouding veel op de kamillevlinder (C. chamomillae), maar is over het algemeen groter en grijzer. De voorvleugel heeft een patroon van lichte strepen en fijne zwartachtige strepen; deze strepen lopen niet door tot in de franje. Kenmerkend is de vage lichtbruine veeg die door de vaak nauwelijks zichtbare ringvlek en niervlek loopt. De achtervleugel is witachtig met bruine aders.

Gelijkende soorten vlinder

Zie de kamillevlinder (C. chamomillae).

Gelijkende soorten vlinder

kamillevlinder
Cucullia chamomillae

Levenscyclus

Rups: juli-september. De rups foerageert ´s nachts op de bloemen en de bladeren van de waardplant en verbergt zich overdag onder de onderste bladeren. De soort overwintert als pop in een stevige cocon in de grond (soms meerdere jaren).

Waardplanten

Diverse kruidachtige planten, waaronder melkdistel, paardenbloem, streepzaad en havikskruid; ook sla en andijvie.

Habitat

Habitat: Allerlei open gebieden, zoals grazige ruigten, (kalk)graslanden, moerassen en duinen; ook (volks)tuinen.

Vliegtijd en gedrag

Begin mei-half oktober in twee generaties, waarvan de eerste het talrijkst is. Bij warm weer vliegen de vlinders soms ook overdag; ze bezoeken bloemen van onder andere kamperfoelie, spoorbloem en rododendron.

België

Vrij algemeen in het hele land. Komt wijdverbreid voor in lage aantallen.

Mondiaal

Bijna in heel Europa verbreid maar in de zuidelijkste delen van het Middellandse Zeegebied alleen in de bergen (Zuid-Spanje, Zuid-Italië, Griekenland). Naar het noorden tot de Orkney eilanden en Midden-Scandinavië. In Azië van Voor-Azië en de Kaukasus tot Oost-Siberië, Chinees Toerkestan en Mongolië.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Shark
Duitse naam
Schatten-Mönch
Franse naam
l'Ombrageuse
Toelichting Nederlandse naam

De monniken zijn gekleed in een eenvoudig stemmig grijs habijt en het hoofd (de kop) is bedekt met een monnikskap.
Grauwe monnik is een al lang bestaande naam die al gebruikt wordt door Ter Haar in 'Onze vlinders' (begin vorige eeuw).

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Cucullia: cucullus = een hoed, een monnikskap. Naar de opvallende monnikskapachtige haartooi op de torax.
umbratica: umbraticus = deel uitmakend van de schaduw, terugtrekken. Pickard e.a. verklaren: 'de rups verschuilt overdag onder de lage bladeren van distels. Linnaeus beschrijft de vlinder met gestreepte grijze vleugels en de rups als zwartachtig met drie rijen rode stippen; hij kende ook de voedselplant. De naam slaat waarschijnlijk op de donkere schaduwen op de voorvleugel en mogelijk op de grondkleur van de rups. Linnaeus verklaart niets over de gewoonten van de rups.

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

rietgrasuil
Apamea unanimis

oostelijke uil
Fabula zollikoferi

brede-w-uil
Lacanobia w-latinum

tweestreepvoorjaarsuil
Orthosia cerasi

zuidelijke worteluil
Agrotis trux

gevlekte pijluil
Pachetra sagittigera

alle soorten uit deze familie