astermonnik Cucullia asteris

Zulte en guldenroede zijn de waardplanten van de astermonnik; in tuinen ook herfstasters.
Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Cuculliinae / Cucullia asteris
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Zeldzaam. Komt lokaal voor in het kustgebied; elders af en toe een waarneming. RL: bedreigd.

Rode lijst
bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 19-23 mm. De grijze binnenste helft van de voorvleugel van deze Cucullia-soort contrasteert sterk met het roodachtig bruine deel langs de voorrand, waarin zich de enigszins licht afstekende ringvlek en niervlek bevinden. De binnenrandhoek en een smalle streep langs de binnenrand zijn eveneens roodachtig bruin. Dichtbij de binnenrandhoek ligt een wit halvemaanvormig vlekje.

Uiterlijk Carter: Tot 45 mm; lichaam groen, roze of purperachtig-rood met over de rug een heldergele, zwartgezoomde middenstreep met aan weerszijden een paar smalle zwarte lengtestrepen; onder de lijn van de spiracula een zwartgezoomde, gele lengtestreep; kop groen tot roze met zwarte stipjes.

Gelijkende soorten vlinder

De kuifvlinder (C. verbasci) en de helmkruidvlinder (C. scrophulariae) hebben een geschulpte achterrand, minder grijs op de voorvleugel en dichtbij de binnenrandhoek liggen twee witte halvemaanvormige vlekjes; de ringvlek en niervlek zijn niet zichtbaar. De kuifvlinder vliegt bovendien vroeger in het jaar.

Gelijkende soorten vlinder

kuifvlinder
Cucullia verbasci

helmkruidvlinder
Cucullia scrophulariae

Levenscyclus

Rups: begin juli-begin oktober. De rups foerageert overdag en wordt soms zonnend aangetroffen. De soort overwintert als pop (soms meerdere jaren) in een stevige cocon op of in de grond.

Waardplanten

Zulte en guldenroede; in tuinen ook herfstasters.

Habitat

Habitat: Vooral schorren, kwelders en slikken; in het binnenland oevers, uiterwaarden en vochtige grazige weiden.

Vliegtijd en gedrag

Half mei-eind september in één generatie. De vlinders vliegen vanaf de schemering en komen soms op licht en op smeer; ze bezoeken bloemen van onder andere kamperfoelie, silene en teunisbloem.

België

In Vlaanderen zeer zeldzaam en lokaal; nagenoeg beperkt tot de kuststreek en de polders in Oost- en West-Vlaanderen. Vroeger ook gekend uit Antwerpen en Limburg. In Wallonië vroeger waargenomen in alle provincies, maar recente waarnemingen ontbreken.

Mondiaal

Vooral in Midden-Europa. Naar het noorden tot Midden-Engeland, Denemarken, Zuid-Zweden (ook exemplaren in Zuid-Noorwegen en Midden-Zweden). Naar het zuiden tot de zuidrand van de Pyreneeën, de Alpen en de Karpaten (ook exemplaren in Macedonië en Bulgarije) tot Oekraïne en de Kaukasus. Naar het oosten tot Transkaukasië, Noord-Iran, West-Siberië tot Tien Shan met nog een geïsoleerd voorkomen in Toerkestan. Oude opgaven uit het Amoergebied en Japan hebben waarschijnlijk betrekking op verwante soorten.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Star-wort
Duitse naam
Astern-Mönch
Franse naam
la Cucullie de l'aster
Toelichting Nederlandse naam

De monniken zijn gekleed in een eenvoudig stemmig grijs habijt en het hoofd (de kop) is bedekt met een monnikskap.
Waardplanten van de astermonnik zijn zulte, guldenroede en (herfst-)aster.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Cucullia: cucullus = een hoed, een monnikskap. Naar de opvallende monnikskapachtige haartooi op de torax.
asteris: Aster is het plantengeslacht waar ook A. tripolium, zeeaster, zulte toe behoort en dat is een belangrijke voedselplant. In Wenen, waar het type-exemplaar vandaan komt, zal het wel een andere plant binnen het genus Aster geweest zijn.

Auteursnaam en jaartal
(Denis & Schiffermüller, 1775)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

goudgele boorder
Gortyna flavago

gele lis-boorder
Helotropha leucostigma

vale stofuil
Athetis hospes

bleke grasworteluil
Apamea lithoxylaea

tweekleurige uil
Hecatera bicolorata

duinworteluil
Agrotis ripae

alle soorten uit deze familie