diana-uil Griposia aprilina

Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Hadeninae / Griposia aprilina
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij zeldzaam. Een soort die verspreid over het land af en toe wordt waargenomen, vooral op de Veluwe, in Friesland en in Zuid-Limburg; het aantal waarnemingen lijkt sinds 2000 iets toe te nemen. RL: niet bedreigd.

Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 18-23 mm. Een fraaie, karakteristiek getekende uil. De brede lichtgroene voorvleugel heeft een licht gebogen voorrand en een patroon van zwarte vlekken waarvan de meeste met wit zijn afgezet. De zwarte vlekken variëren in grootte; soms zijn ze gereduceerd tot kleine losliggende vlekjes en boogjes, in andere gevallen zijn ze groot en vormen ze vooral in het middenveld een zwarte dwarsband. In uitzonderlijke gevallen is de voorvleugel bijna geheel zwart, maar de uilvlekken blijven altijd zichtbaar als groene vlekken

Uiterlijk Carter: Tot 45 mm; vrij dik; lichaam variabel in kleur van roodachtig bruin tot groenachtig bruin of grijsachtig groen; een gebroken witachtige middenstreep loopt over de rug door een zwartachtige band, die vaak gebroken is tot een rij ruitvormige vlekken; boven de spiracula een donkere lengteband; kop bruin met lichte tekening.

Gelijkende soorten vlinder

De gevlekte groenuil (Moma alpium) is slanker, heeft witte lengtestrepen op de voorvleugel en het meeste zwart bevindt zich in de vleugelwortel en in de vleugelpunt; vliegt bovendien vroeger in het jaar.

Gelijkende soorten vlinder

gevlekte groenuil
Moma alpium

Levenscyclus

Rups: april-juni. De jonge rups leeft in de uitlopende knoppen van de waardplant. Oudere rupsen foerageren ´s nachts op de bloemen en de bladeren en verbergen zich overdag in een schorsspleet. De rups maakt een stevige cocon in de grond dichtbij de waardplant en verpopt zich daarin een aantal weken later. De eieren worden afzonderlijk of in kleine groepjes afgezet op een tak of in een schorsspleet en overwinteren.

Waardplanten

Eik; mogelijk ook andere loofbomen.

Habitat

Habitat: Vooral loofbossen.

Vliegtijd en gedrag

Eind augustus-eind oktober in één generatie. De vlinders komen op licht, maar vooral op smeer; ze foerageren op overrijpe bramen en bloemen van klimop.

België

Zeer zeldzaam in Vlaanderen. Slechts enkele recente vindplaatsen in Limburg, verdwenen uit Antwerpen en Vlaams-Brabant. Algemener in Wallonië; wijdverbreid ten zuiden van Samber en Maas.

Mondiaal

Heel Zuid-, Midden- en Noord-Europa, alleen in Zuid-Spanje en Griekenland ontbrekend. Naar het oosten tot Zuid-Rusland, Anatolië en de Kaukasus. In Klein-Azië en op de Balkan komt D. pinkeri (Kobes, 1973) voor, een soort die vroeger bij aprilina was ondergebracht.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Merveille du Jour
Duitse naam
Grüne Eicheneule
Franse naam
la Runique
Oud Nederlandse naam
apriluil, linde-uil
Synoniemen
Dichonia aprilina, Agriopis aprilina
Toelichting Nederlandse naam

Diana is de naam van een godin van de Efeziërs (ook wel Artemis genoemd), die onder andere voorkomt in het boek Handelingen (hoofdstuk 19) van het Nieuwe Testament. Haar zilveren beeld zou uit de hemel gevallen zijn en er werd in Efeze veel geld verdiend aan de verkoop van kleine zilveren tempeltjes door de zilversmid Demetrius. Wat dit precies met het uiterlijk van de diana-uil te maken heeft is niet helemaal duidelijk.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Dichonia: dikhos = dubbel, naar de twee witachtige lijnen op de achtervleugel.
aprilina: aprilis = de maand april, maar hier wordt de kleur van het voorjaar bedoeld. De naam verwijst dus niet naar de vliegtijd maar naar de kleur op de voorvleugel.

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

akkerwinde-uil
Tyta luctuosa

tweekleurige grasuil
Apamea illyria

liesgrasboorder
Phragmatiphila nexa

heide-schaaruil
Papestra biren

moerasplantenboorder
Globia algae

geoogde w-uil
Lacanobia contigua

alle soorten uit deze familie