eikenuiltje Dryobotodes eremita

De eieren van het eikenuiltje worden in kleine groepjes afgezet op een eikentak en overwinteren.
Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Hadeninae / Dryobotodes eremita
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Algemeen. Een soort die vooral voorkomt op de zandgronden in het binnenland en daar plaatselijk talrijk kan zijn; ook elders wordt de soort af en toe waargenomen. RL: niet bedreigd.

Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 15-17 mm. De dofgroene of groenachtig grijs gekleurde voorvleugel kan een vage tekening hebben, maar kan ook bont geschakeerd zijn met zwarte, witte en bruine tinten. Een kenmerk dat meestal goed te zien is, is de kleine lichte centrale vlek die tegen de ringvlek aanligt. Deze vlek is variabel van vorm, maar heeft vrijwel altijd een klein uitsteeksel in de richting van de binnenrandhoek en wordt aan de binnenrandzijde van de vleugel afgegrensd door een vrij dikke zwarte rand. De fijne, bleke golflijn vertoont een ondiepe W nabij de binnenrand.

Gelijkende soorten vlinder

De schaaruil (Hada plebeja) heeft twee uitsteeksels aan de lichte vlek naast de ringvlek en is niet groen.

Gelijkende soorten vlinder

schaaruil
Hada plebeja

Gelijkende soorten rups

Sierlijke voorjaarsuil (Orthosia gracilis), variabele voorjaarsuil (Orthosia incerta), tweestreepvoorjaarsuil (Orthosia cerasi), nunvlinder (Orthosia gothica), katwilguiltje (Brachylomia viminalis), bruine essenuil (Lithophane semibrunnea), gageluil (Lithophane lamda), hyena (Cosmia trapezina), roestuil (Mniotype satura), gele granietuil (Polymixis flavicincta) en maanuiltje (Cosmia pyralina).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

sierlijke voorjaarsuil
Orthosia gracilis

gele granietuil
Polymixis flavicincta

tweestreepvoorjaarsuil
Orthosia cerasi

roestuil
Mniotype satura

bruine essenuil
Lithophane semibrunnea

gageluil
Lithophane lamda

maanuiltje
Cosmia pyralina

nunvlinder
Orthosia gothica

hyena
Cosmia trapezina

katwilguiltje
Brachylomia viminalis

variabele voorjaarsuil
Orthosia incerta

Levenscyclus

Rups: april-juni. De jonge rups leeft in de knoppen van de waardplant. Oudere rupsen foerageren ´s nachts op de knoppen en de bladeren en verbergen zich overdag in een spinsel tussen de jonge uitlopers of in een schorsspleet van een eik. De verpopping vindt plaats in een cocon in de grond. De eieren worden in kleine groepjes afgezet op een tak van de waardplant en overwinteren.

Waardplanten

Eik; soms hazelaar en meidoorn.

Habitat

Habitat: Loofbossen, parken en tuinen.

Vliegtijd en gedrag

Half augustus-eind oktober in één generatie. De vlinders komen op licht, smeer en overrijpe bramen.

België

Vrij zeldzaam, maar lokaal algemeen in de Kempen. Recent gevestigd in de boscomplexen tussen Brugge en Gent. Elders in Vlaanderen ontbrekend. In Wallonië vroeger zeldzaam maar verbreid in de kalkstreek, maar daar geen recente meldingen.

Mondiaal

Noord-Afrika (Marokko, Algerije) en Zuid- en Midden-Europa. Naar het noorden tot Schotland, Zuid-Noorwegen, Midden-Zweden en Zuid-Finland. Naar het oosten tot Zuid-Rusland, de Kaukasus, Irak en Zuidwest-Iran.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Brindled Green
Duitse naam
Olivgrüne Eicheneule
Franse naam
le Jaspe vert
Synoniemen
Dryobotodes protea, Dryobota protea, Hadena protea
Toelichting Nederlandse naam

Een klein uiltje dat eik als voornaamste waardplant heeft.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Dryobotodes: Dryobota (Lederer, 1857) is een genus dat geen vertegenwoordigers heeft in ons land. Drus = een eik, bosko, bot- = leven van en eidos, od = een vorm. Samengevat: een genus dat lijkt op Dryobota.
eremita: eremita = een kluizenaar: hier de rups die leeft in een cel gemaakt in een flink spinsel tussen eikenbladeren.

Auteursnaam en jaartal
(Fabricius, 1775)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

kompassla-uil
Hecatera dysodea

bonte marmeruil
Deltote deceptoria

roodbont heide-uiltje
Anarta myrtilli

gewone worteluil
Agrotis exclamationis

zwarte witvleugeluil
Aporophyla nigra

vroege eikenuil
Xanthia ruticilla

alle soorten uit deze familie