bruine herfstuil Agrochola circellaris

De bruine herfstuil is een gewone soort van loofbossen, struwelen, parken en tuinen.
Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Hadeninae / Agrochola circellaris
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Zeer algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: niet bedreigd.

Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 14-19 mm. De grondkleur van de voorvleugel is meestal geelachtig bruin of koperbruin met een grijsachtige of roodachtige tint. De binnenste lob van de niervlek is donker gevuld. De golvende donkergrijze of bruine dwarslijnen en de middenschaduw variëren sterk in intensiteit. De lichte geelachtige golflijn heeft aan de binnenzijde een rode afzetting, soms gevolgd door een brede donkere zone. Sterk getekende vlinders hebben donkere aders. De achtervleugel is grijs met een brede bruinwitte wig langs de voorrand.

Uiterlijk Carter: Tot 35 mm; lichaam roodachtig bruin tot grijsachtig bruin met een rij schildvormige, chocoladebruine vlekken over de rug, die door een lichtgrijze middenstreep worden doorsneden; lichaam beneden de lijn van de spiracula bleek grijsachtig bruin; kop bruin met donkerder tekening.

Gelijkende soorten vlinder

De geelbruine herfstuil (A. macilenta) heeft een bijna rechte golflijn die alleen vlak bij de voorrand van de vleugel een knik vertoont. De populierengouduil (Xanthia ocellaris) heeft een uitstekend puntje aan de voorvleugel en mist de rode afzetting langs de golflijn; de achtervleugel is witachtig met een iets donkerdere binnenrand. Zie ook de iepengouduil (Xanthia gilvago).

Gelijkende soorten vlinder

geelbruine herfstuil
Agrochola macilenta

iepengouduil
Xanthia gilvago

populierengouduil
Xanthia ocellaris

Levenscyclus

Rups: maart-juni. De rups foerageert eerst in de bloemen van de waardplant, later zit hij onbeschut op de plant en eet van de bladeren; sommige rupsen laten zich met de uitgebloeide katjes op de grond vallen en eten daarna van kruidachtige planten. De rups maakt een cocon in de grond en verpopt zich daarin ongeveer zes weken later. De eieren worden vlak naast de knoppen van de waardplant afgezet en overwinteren.

Waardplanten

Diverse loofbomen, waaronder iep, (ratel)populier en gewone es; later ook diverse kruidachtige planten.

Habitat

Habitat: Loofbossen, struwelen, parken en tuinen.

Vliegtijd en gedrag

Half augustus-eind november in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken overrijpe bramen en bloemen van onder andere klimop en struikhei.

België

Vrij algemeen in het hele land. Lokaal soms talrijk.

Mondiaal

Europa en Voor-Azië. Zuidelijk tot Centraal-Spanje, Zuid-Italië, Noord-Griekenland en Anatolië. Naar het noorden tot Shetland, Midden-Scandinavië en Zuid-IJsland (vermoedelijk met houttransporten geïmporteerd). Naar het oosten tot Armenië.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Brick
Duitse naam
Rötlichgelbe Herbsteule
Franse naam
la Fauvette , la Xanthie ferruginée
Synoniemen
Orthosia circellaris, Amathes circellaris, Xanthia ferruginea
Toelichting Nederlandse naam

De herfstuilen vliegen in het najaar.
De grondkleur van deze vlinder is bruin.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Agrochola: agros = een veld, de grondkleur en khole = bitterheid, gal, de kleur van gal: groen- of, zoals hier, geelachtig; naar de kleur van een aantal van deze soorten.
circellaris: circelus = een smalle ring. Verwijzend naar de vlekken die van dezelfde grondkleur zijn als de vleugels, maar wel een donkere ring hebben.

Auteursnaam en jaartal
(Hufnagel, 1766)

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

granietuil
Lycophotia porphyrea

halmrupsvlinder
Mesapamea secalis

hazelaaruil
Colocasia coryli

aardappelstengelboorder
Hydraecia micacea

breedbandhuismoeder
Noctua fimbriata

alle soorten uit deze familie