lente-orvlinder Achlya flavicornis

De lente-orvlinder heeft oranje antennen en vliegt in maart en april.
Familie
eenstaartjes (DREPANIDAE)
Onderfamilie
Thyatitinae / Achlya flavicornis
Groep
Nachtvlinder die zowel dagactief als nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt op de hogere zandgronden in de oostelijke helft van het land voor; op sommige vliegplaatsen kan deze soort zeer talrijk zijn. Ook op Terschelling en in de duinen van Noord-Holland wordt deze soort geregeld waargenomen. In 2009 is de soort voor het eerst in Zeeland waargenomen. RL: kwetsbaar.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 17-20 mm. Kenmerkend zijn de oranje antennen. De voorvleugel is grijs met vooral langs het middendeel van de voorrand een groenwitte of witte bestuiving, die varieert in intensiteit. De bleke middenvlek kan enigszins in grootte en vorm variëren, evenals de dwarslijnen.

Kenmerken rups

Tot 33 mm; lichaam bleek grijsachtig groen tot wit met soms een sterke donkergrijsachtig groene zweem op de rug; over de rug en flanken een rij zwartwitte vlekken; nekschild op segment een zwartachtig en door een centrale witachtige streep in twee helften gedeeld; kop geelachtig bruin tot roodachtig bruin, naar voren soms zwart beschaduwd.

Gelijkende soorten vlinder

De orvlinder (Tethea or) heeft geen oranje antennen en vliegt later in het jaar.

orvlinder
Tethea or
DREPANIDAE: Thyatitinae

Levenscyclus

Rups: mei-juli. De rups leeft overdag verborgen tussen samengerolde (jonge rups) of samengesponnen bladeren en foerageert ´s nachts. De soort overwintert als een pop in een losse cocon in de strooisellaag.

Waardplanten

Berk.

Habitat

Bossen en heiden met berkenstruwelen.

Vliegtijd en gedrag

Eind februari-begin april in één generatie. De vlinders komen op licht en op smeer. Ze bezoeken bloedende bomen en wilgenkatjes. Overdag worden de vlinders regelmatig aangetroffen op berken; ze zitten vaak in de kleinere takvorken. Ze kunnen ook rustend op een paaltje worden aangetroffen, vooral in open landschap. Op zonnige middagen vliegen ze soms overdag.

België

Vrij algemeen in de Kempen, de regio Brussel-Leuven en ten zuiden van de as Samber-Maas; daarbuiten zeldzaam.

Mondiaal

Heel Europa tot in Noord-Scandinavië. Naar het oosten via Rusland tot Japan.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Yellow Horned
Duitse naam
Gelbhorn-Eulenspinner
Franse naam
la Flavicorne , la Bi-Sulphurée
Synoniemen
Asphalia flavicornis, Palimpsestis flavicornis, Polyploca flavicornis, Cymatophora flavicornis
Toelichting Nederlandse naam

Zeven soorten uit de onderfamilie Thyatirinae zijn bijeengevoegd onder de groepsnaam orvlinder (nadere toelichting zie bij de orvlinder, Tethea or). De vliegtijd van deze soort is rond maart en april.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Achlya: akhlus = mist, donkerte. Vroeger behoorden veel meer soorten tot dit genus (o.a. I. retusa, I. subtusa en D. oo) en waarschijnlijk waren daar ook donker gekleurde soorten bij.
flavicornis: flavus = geel en cornu = een horen of een antenne van een insect; de soort met de gele antennes.

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Actualiteiten

Ontdek meer

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie eenstaartjes (DREPANIDAE)

bleke eenstaart
Falcaria lacertinaria

vuursteenvlinder
Habrosyne pyritoides

beukeneenstaart
Watsonalla cultraria

groenige orvlinder
Polyploca ridens

linde-eenstaart
Sabra harpagula

berkeneenstaart
Drepana falcataria

alle soorten uit deze familie