zwartstipvlinder Agrochola lota

De eieren van de zwartstipvlinder overwinteren op een tak van een wilg, populier of es.
Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Hadeninae / Agrochola lota
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: niet bedreigd.

Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 15-18 mm. Deze uil lijkt qua kleur en tekening op de geelbruine herfstuil (A. macilenta), maar heeft een vrij brede voorvleugel en is leigrijs van kleur. De geelachtige golflijn is aan de binnenzijde afgezet met een roodachtig bruine rand en loopt tamelijk recht; vlak bij de voorrand bevindt zich een Z-vormige verspringing. Er is weinig variatie. De binnenste lob van de niervlek is meestal intens zwart gekleurd. Sommige vlinders hebben een lichtroze tot donkerrode kleur.

Gelijkende soorten vlinder

De geelbruine herfstuil (A. macilenta) is geelachtig bruin; de smalle middenschaduw op de voorvleugel is duidelijker en maakt bij de binnenste lob van de niervlek een knik.

Gelijkende soorten vlinder

geelbruine herfstuil
Agrochola macilenta

Gelijkende soorten rups

Geelbruine herfstuil (Agrochola macilenta).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

geelbruine herfstuil
Agrochola macilenta

Levenscyclus

Rups: eind april-juni. De rups foerageert eerst in de katjes van de waardplant en later ook op de bladeren. De oudere rups maakt een spinsel tussen de jonge uitlopers, foerageert alleen ´s nachts en verbergt zich overdag tussen samengesponnen bladeren. De rups maakt een cocon in de grond en verpopt zich daarin ongeveer zes weken later. De eieren worden afzonderlijk op een tak van de waardplant afgezet en overwinteren.

Waardplanten

Wilg, populier en els.

Habitat

Habitat: Bosranden, struwelen, rivieroevers, moerasachtige gebieden en stedelijk gebied.

Vliegtijd en gedrag

Eind augustus-half november in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken overrijpe bramen en bloemen van klimop.

België

Vrij algemeen in het hele land.

Mondiaal

Van Noordwest-Afrika (Marokko) via Zuid-, Midden- en Noord-Europa tot Voor-Azië. Naar het noorden tot Schotland, Midden-Scandinavië en naar het oosten tot Libanon, Armenië en Altaj. Geïmporteerd in New-Foundland.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Red-line Quaker
Duitse naam
Dunkelgraue Herbsteule
Franse naam
la Xanthie lavée
Synoniemen
Amathes lota, Orthosia lota
Toelichting Nederlandse naam

Zwartstipvlinder is een al lang bestaande naam die al gebruikt wordt door Ter Haar in 'Onze vlinders' (begin vorige eeuw).
De zwarte stip in de niervlek bepaalt de herkenbaarheid van deze soort.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Agrochola: agros = een veld, de grondkleur en khole = bitterheid, gal, de kleur van gal: groen- of, zoals hier, geelachtig; naar de kleur van een aantal van deze soorten.
lota: lotus = gewassen: gewassen kleuren zijn zachte kleuren en dat slaat op het patroon van de voorvleugels en dat maakt de niervlek en de subterminale lijn extra opvallend.

Auteursnaam en jaartal
(Clerck, 1759)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

eikenvoorjaarsuil
Orthosia miniosa

geelbruine rietboorder
Archanara dissoluta

bonte daguil
Protoschinia scutosa

glanzende marmeruil
Pseudeustrotia candidula

liesgrasboorder
Phragmatiphila nexa

zandhaverboorder
Longalatedes elymi

alle soorten uit deze familie