donkere winteruil Conistra ligula

Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Hadeninae / Conistra ligula
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij zeldzaam. Een soort die slechts af en toe wordt waargenomen op de zandgronden in het binnenland; de meeste waarnemingen komen uit Limburg. RL: gevoelig.

Rode lijst
gevoelig

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 13-15 mm. De voorrand en de achterrand van de voorvleugel vormen samen een vrijwel rechte hoek en de vleugelpunt is spits; de achterrand buigt bij de binnenrandhoek sterk naar binnen, waardoor deze uil te onderscheiden is van de meeste andere bruinachtige uilen die in het najaar en in het vroege voorjaar vliegen. De enigszins glanzende voorvleugel heeft doorgaans een kastanjebruine of chocoladebruine, soms zwartachtig bruine grondkleur; soms is de vleugel iets lichter van kleur. Vaak zijn de dwarslijnen niet meer dan donkere lijntjes en soms is alleen de lichte afzetting van de dwarslijnen zichtbaar. Sommige vlinders hebben een duidelijke lichtbruine, lichtgrijze of witachtig grijze band in het zoomveld.

Gelijkende soorten vlinder

De bosbesuil (C. vaccinii) is over het algemeen lichter van kleur en heeft een brede voorvleugel met een stompe vleugelpunt; deze kenmerken kunnen echter variëren.

Gelijkende soorten vlinder

bosbesuil
Conistra vaccinii

Gelijkende soorten rups

Bosbesuil (Conistra vacinnii).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

bosbesuil
Conistra vaccinii

Levenscyclus

Rups: april-juli. De rups foerageert ´s nachts en maakt een losse cocon in de grond, waarin twee maanden later de verpopping plaatsvindt. De paring vindt plaats in december en in januari of februari worden de eieren afgezet; de soort overwintert deels als vlinder en deels als ei.

Waardplanten

Diverse loofbomen en struiken, waaronder eik, wilg, sleedoorn en meidoorn; grotere rupsen vertonen een voorkeur voor kruidachtige planten, waaronder zuring en paardenbloem.

Habitat

Habitat: Vooral bossen, maar ook open agrarische gebieden.

Vliegtijd en gedrag

Half september-december/april in één generatie; de mannetjes sterven in december, de vrouwtjes leven tot februari of soms zelfs april. De vlinders komen op smeer en op licht; ze bezoeken bloemen van onder andere klimop.

België

Zeer zeldzaam. Slechts één Vlaamse vindplaats, in het Pajottenland. Vroeger ook gemeld uit Antwerpen en Limburg. In Wallonië wijder verbreid: zeldzaam in Namen en Luxemburg.

Mondiaal

Noordwest-Afrika (Marokko) en Zuid- en Midden-Europa. Naar het noorden Schotland, de Benelux, Noord-Duitsland, Polen en de Baltische staten; niet in Scandinavië. Volgens oude literatuur ook in Azië tot Oost-Siberië, maar verificatie is noodzakelijk omdat verwisseling met vaccinii zeker niet is uitgesloten. Zekere meldingen uit Turkije.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Dark Chestnut
Duitse naam
Gebüsch-Wintereule
Franse naam
l'Orrhidie ligulée
Synoniemen
Orrhodia ligula
Toelichting Nederlandse naam

De winteruilen overwinteren als vlinder.
Deze Conistra ligula een donkere vlinder.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Conistra: konistra = een plaats met veel stof, een arena. Dit wijst op de spikkels op de vleugels, vooral bij C. rubiginea.
ligula: ligula = een kleine tong, een riempje, een (schouder-)bandje. Naar de wit- of roodachtige vrij brede subterminale band bij sommige exemplaren.

Auteursnaam en jaartal
(Esper, 1791)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

schaapje
Acronicta leporina

witvlek-silene-uil
Hadena albimacula

geelvleugeluil
Thalpophila matura

lindegouduil
Tiliacea citrago

geelbruine rietboorder
Archanara dissoluta

alle soorten uit deze familie