essengouduil Atethmia centrago

Jonge rupsen van de essengouduil leven in de ongeopende knoppen van gewone es.
Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Hadeninae / Atethmia centrago
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid
Algemeen. Komt verspreid over het land voor; in Friesland, Drenthe en het oostelijk deel van Overijssel ontbreekt de soort nagenoeg. RL: niet bedreigd.
Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 15-18 mm. De enigszins geschulpte achterrand van de brede voorvleugel maakt een vrij rechte hoek met de voorrand en wijkt vanaf het midden sterk naar binnen. Over de oranjegele, soms rood- of purperachtige voorvleugel loopt een brede, geel met rozeachtig bruin gevlekte middenband die met gele of oranjebruine dwarsbanden is afgezet. In de middenband liggen soms grijsachtige vlekken. De niervlek maakt deel uit van de middenband en is soms vaag, de ringvlek is niet zichtbaar. De vleugelzoom is rozeachtig bruin. De tekening van deze uil is vrij constant, maar de intensiteit ervan kan aanzienlijk variëren. Soms komen exemplaren voor met een vrijwel ongetekende voorvleugel.

Kenmerken rups

Tot 30 mm; lichaam grijs met op de rug zwartachtig grijze spikkels; over het midden van de rug een rij witachtige vlekken met aan weerszijden een rij minder duidelijke lichte vlekjes; boven de lijn van de spiracula een golvende zwarte lengtestreep; kop zwart met grijsachtig bruine tekening.

Levenscyclus
Rups: maart-juni. Jonge rupsen leven in de nog ongeopende knoppen van de waardplant; oudere rupsen verbergen zich overdag achter schors of aan de basis van de stam en klimmen vlak voor het donker omhoog om ´s nachts te foerageren op de bloemen van de waardplant. De rups maakt een cocon in de grond en verpopt zich daarin een aantal weken later. De eieren worden in kleine groepjes afgezet op een tak van de waardplant of in een schorsspleet en overwinteren.
Waardplanten
Gewone es; mogelijk wordt in het buitenland ook iep en esdoorn gebruikt.
Habitat

Loofbossen, struwelen, rivieroevers en tuinen.

Vliegtijd en gedrag
Begin augustus-half oktober één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer.
België
Vrij zeldzaam in het hele land. Toegenomen in Vlaanderen.
Mondiaal
Zuid- en Midden-Europa. Van het Iberisch schiereiland en Griekenland in het zuiden tot Midden-Schotland, Noord-Duitsland (Hanburg, Lüneburg, Hannover, Mecklenburg-Voorpommeren, Brandenburg), Polen Slowakije, Roemenië tot de Zwarte Zee (de Krim) in het noorden. Ook in Voor-Azië (Libanon, Israël, Syrië) en Toerkmenië. Meldingen uit Noordwest-Afrika betreffen de gelijkende A.algirica (Culot, 1917).
Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Centre-barred Sallow
Duitse naam
Ockergelbe Escheneule
Franse naam
la Xérampéline d'Hübner , la Xanthie topaze
Synoniemen
Atethmia xerampelina, Cirroedia xerampelina, Xanthia xerampelina
Toelichting Nederlandse naam
De gouduilen hebben een geelachtige (gouden) grondkleur.
De gewone es is een belangrijke waardplant voor deze soort. Meer over Nederlandse namen

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam
Atethmia: a = een ontkenning, t = een verbindingsletter en ethmos = een zeef. Samen betekent dit zonder stippen. Het tegenovergestelde van Ethmia, een genus bij de micro's. Hübner beschrijft het vleugelpatroon van de drie soorten die hij in dit genus onderbracht als 'slechts bestaande uit een centrale band en twee lijnen'.
centrago: centrum = het midden en -ago is een bekende uitgang (zie daarvoor bij X. citrago); verwijzend naar de duidelijke lichte lijn in het midden van de vleugel
Auteursnaam en jaartal
(Haworth, 1809)

Actualiteiten

Ontdek meer

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

oranjegeel halmuiltje
Oligia fasciuncula

bonte daguil
Protoschinia scutosa

halmrupsvlinder
Mesapamea secalis

spurrie-uil
Anarta trifolii

zuidelijke worteluil
Agrotis trux

krakeling
Diloba caeruleocephala

alle soorten uit deze familie