gevlekte groenuil Moma alpium

De rupsen van de gevlekte groenuil zitten vooral in de kruinen van bomen; eerst in groepen, later solitair.
Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Acronictinae / Moma alpium
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt vooral voor op de zandgronden in het binnenland, in de duinen van Noord-Holland en op de Waddeneilanden; elders af en toe een waarneming. RL: niet bedreigd.

Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 17-20 mm. De enige groen, zwart en wit gekleurde uil die in de (voor)zomer vliegt. De korstmosgroene voorvleugel heeft een witachtige voorrand en twee witachtige lengtestrepen. De zwarte tekening bestaat ruwweg uit drie dwarsbanden, waarvan die in het wortelveld en die in het zoomveld meestal het sterkst aanwezig zijn. Langs de achterrand bevinden zich twee bruine vlekken.

Gelijkende soorten vlinder

Zie de diana-uil (Griposia aprilina) en de groene korstmosuil (Nyctobrya muralis).

Gelijkende soorten vlinder

diana-uil
Griposia aprilina

groene korstmosuil
Nyctobrya muralis

Levenscyclus

Rups: juni-september. De rupsen zitten vooral in de kruinen van bomen; eerst leven ze in groepen bij elkaar, later solitair. De soort overwintert als pop, soms meerdere jaren, in een stevige cocon in de strooisellaag.

Waardplanten

Vooral eik; ook beuk en berk.

Habitat

Habitat: (Eiken)bossen en struwelen met eik.

Vliegtijd en gedrag

Begin mei-begin augustus in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken ´s nachts honingdauw; overdag worden ze soms rustend aangetroffen op een eikenstam.

België

In Vlaanderen vrij zeldzaam en wijdverbreid in de Kempen; zeldzamer daarbuiten. In Oost- en West-Vlaanderen beperkt tot de noordelijke helft van beide provincies. In Wallonië wijdverbreid en lokaal vrij algemeen ten zuiden van Samber en Maas.

Mondiaal

In nagenoeg heel Europa van Zuid-Spanje, Midden-Italië en Bulgarije in het zuiden tot Zuid-Engeland, Zuid-Zweden, Midden-Finland en de Oeral in het noorden. Naar het oosten dwars door Midden-Azië tot Sachalin, de Koerilen, Korea en Japan. Naar het zuiden tot Noord-Turkije, de Kaukasus en Tien shan (Draudt, 1950).

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Scarce Merveille du Jour
Duitse naam
Seladoneule
Franse naam
l'Avrilière
Oud Nederlandse naam
alpiumuiltje
Synoniemen
Diphtera alpium, Daseochaeta alpium, Moma orion, Diphtera orion
Toelichting Nederlandse naam

De groenuilen hebben groen op de voorvleugels.
Groene vlekken vormen met zwarte tekening deze zeer fraaie vlinder.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Moma: Momus is de god van de spot. Dit werd ingegeven door Trichosea ludifica (Linnaeus, 1758, ludifico = spotten 'simillima Ph. aprilinae), een niet Nederlandse soort die door Hübner in dit genus werd opgenomen.
alpium: alpes, alpium zijn de Alpen of bergen in het algemeen. De plaats van het type-exemplaar is Göteborg, een Zweedse zeehaven. Deze plaatsnaam wordt opgegeven alleen omdat het tijdschrift waarin de publicatie stond, werd uitgegeven in Göteborg. De vlinder zelf kan goed in de bergen meer landinwaarts, zijn gevangen.

Auteursnaam en jaartal
(Osbeck, 1778)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

marmeruil
Polia nebulosa

huismoeder
Noctua pronuba

houtkleurigeVlinder
Xylena vetusta

kadeni-stofuil
Caradrina kadenii

gewone gouduil
Xanthia icteritia

schijn-nonvlinder
Panthea coenobita

alle soorten uit deze familie