schaapje Acronicta leporina

Het schaapje vliegt van begin mei tot eind september in twee generaties.
Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Acronictinae / Acronicta leporina
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid
Algemeen. Komt verspreid over vrijwel het hele land voor. RL: gevoelig.
Rode lijst
gevoelig

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 16-21 mm. De vrij spits toelopende, witachtige voorvleugel is fijn grijs bestoven. Op de vleugel bevindt zich een spaarzame zwarte tekening, waarvan vooral de zwarte halvemaanvormige of S-vormige vlek in het middenveld opvalt; deze vlek vormt de begrenzing van de overigens nauwelijks zichtbare niervlek. In de vleugelwortel is een smal zwart streepje zichtbaar. Langs de centrale dwarslijnen bevinden zich enkele kleine pijlvormige zwarte vlekken. Het vrouwtje is meestal groter dan het mannetje en heeft een bredere voorvleugel. Soms komen geheel witte, donkergrijze of zwak getekende exemplaren voor.

Uiterlijk Carter: Tot 37 mm; lichaam bedekt met een dichte vacht van fijne golvende haren die bij de zuidelijke exemplaren witachtig en bij de noordelijke exemplaren geelachtig zijn; lichaam bleek groen. Vlak voor de verpopping wordt het lichaam donkerder en de beharing wordt zwart.

Gelijkende soorten vlinder

Geen resultaten.

Levenscyclus
Rups: juni-oktober. De rupsen knagen een holte in dood hout en maken de uitgang dicht met zijde en houtsplinters. De soort overwintert als pop in deze holte.
Waardplanten
Diverse loofbomen, met een voorkeur voor berk en els; ook wilg en (ratel)populier.
Habitat

Habitat: Loofbossen, broekbossen, heiden en moerassen; ook stedelijk gebied.

Vliegtijd en gedrag
Begin mei-eind september in twee generaties. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken bloemen.
België
Vrij algemeen in het hele land.
Mondiaal
In bijna heel Europa van Zuid-Spanje, Midden-Italië en Bulgarije tot Schotland en Midden-Scandinavië (in Finland tot boven de poolcirkel). Via Klein-Azië en Armenië naar het oosten; daar is het grensverloop nog niet duidelijk. In Noord-Azië komt de soort A.vulpina voor (Grote, 1983) die pas kort geleden van A.leporina werd afgescheiden. Hoe de oostgrens van leporina en de westgrens van vulpina verlopen en of de arealen elkaar overlappen is nog niet duidelijk (Mikkola, Lafontaine & Kononenko, 1991).
Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
The Miller
Duitse naam
Woll-Rindeneule
Franse naam
le Flocon de laine , la Noctuelle-Lièvre
Oud Nederlandse naam
wit schaapje
Synoniemen
Acronycta leporina, Acronycta bradyporina
Toelichting Nederlandse naam
Het schaapje (Acronicta leporina) en het bont schaapje (Acronicta aceris) danken hun Nederlandse naam aan het harige, wollige uiterlijk van de rups, dat wel wat doet denken aan een schaap. Bij het schaapje (vroeger ook wel wit schaapje genoemd) zijn de haren van de rups wit, bij het bont schaapje zijn de haren bont (geel, oranje, rood) gekleurd.
Meer over Nederlandse namen

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam
Acronicta: akronux = het vallen van de avond. Waarschijnlijk heeft deze naam dezelfde strekking als Noctua, in de nacht. Dit genus heeft immers geen enkele binding met de avondschemering.
leporina: lepus = een haas, leporinus = van of als een haas. De gelijkenis moet worden gezocht in de witte winterjas van een berghaas. Linnaeus onderstreept de witheid en legt verband naar S. lubricipeda. Linnaeus omschrijft de vlinder met laevis, hetgeen glad betekent; dit geldt voor alle soorten die Linnaeus op dezelfde pagina beschrijft, Linnaeus bedoelt: zonder haarpluimen.
Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

tweestreepvoorjaarsuil
Orthosia cerasi

bruine witvleugeluil
Aporophyla lutulenta

veelhoekaarduil
Opigena polygona

grote koperuil
Diachrysia chryson

volgeling
Noctua comes

alle soorten uit deze familie