psi-uil Acronicta psi

De rupsen van de psi-uil, die zwart met geel en rood zijn gekleurd, leven van juni tot oktober.
Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Acronictinae / Acronicta psi
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt verspreid over vrijwel het hele land voor. RL: kwetsbaar.

Rode lijst
kwetsbaar

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 17-20 mm. Deze uil lijkt zeer sterk op de drietand (A. tridens). Zowel de zeer lichte als de zeer donkere vlinders behoren vaak tot de psi-uil, vooral de warm donkergrijze exemplaren. Het mannetje heeft gewoonlijk een zuiver witte achtervleugel zonder donkere aders of bestuiving.

Uiterlijk Carter: Tot 38 mm; op de rug van segment vier een lange ronde bult en een korte spitse bult op segment elf; lichaam blauwachtig grijs met over het midden van de rug een brede, lichtgele lengteband; onder de lijn van de spiracula een brede witte lengteband met langs de bovenrand een rij rode vlekjes; kop glimmend zwart.

Gelijkende soorten vlinder

Het mannetje van de drietand (A. tridens) heeft vaak een smallere en meer glanzende voorvleugel en een iets smaller borststuk. Deze verschillen zijn echter niet betrouwbaar genoeg om beide soorten met zekerheid van elkaar te onderscheiden. Voor een zekere determinatie is genitaliënonderzoek nodig. Zie ook de grote drietand (A. cuspis).

Gelijkende soorten vlinder

drietand
Acronicta tridens

grote drietand
Acronicta cuspis

Gelijkende soorten rups

In tegenstelling tot bij de vlinders, is de rups van de psi-uil (Acronicta psi) wel goed te onderscheiden van die van de drietand (A. tridens).

Geen resultaten.

Levenscyclus

Rups: juni-oktober. De soort overwintert als pop in een losse grijze cocon achter schors, in een schorsspleet of in dood hout.

Waardplanten

Allerlei loofbomen en struiken, waaronder sleedoorn, meidoorn, appel, berk, linde, iep en lijsterbes.

Habitat

Habitat: Bossen, struwelen, heiden, graslanden, moerassen, parken en tuinen.

Vliegtijd en gedrag

Half april-half september in twee generaties. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken bloemen.

België

Vrij algemeen in het hele land.

Mondiaal

Van Noordwest-Afrika (Marokko, Algerije) dwars door heel Europa tot Noord-Schotland en Midden-Scandinavië en tot de Oeral. In Azië wijdverbreid; zuidelijk tot Libanon en Iran; naar het oosten met zekerheid slechts tot Oost-Siberië. Ook hier geldt dat veel psi-waarnemingen tridens betreffen en omgekeerd.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Grey Dagger
Duitse naam
Pfeileule
Franse naam
le Psi
Oud Nederlandse naam
drietand, pijluiltje
Synoniemen
Apatele psi, Acronycta psi, Triaena psi
Toelichting Nederlandse naam

Psi-uil is een al lang bestaande naam die al gebruikt wordt door Ter Haar in 'Onze vlinders' (begin vorige eeuw).
In de zwarte tekening van de vlinder van deze soort is de Griekse letter psi te ontdekken.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Acronicta: akronux = het vallen van de avond. Waarschijnlijk heeft deze naam dezelfde strekking als Noctua, in de nacht. Dit genus heeft immers geen enkele binding met de avondschemering.
psi: psi verwijst naar het dolkachtige teken op de voorvleugel dat op de Griekse letter psi lijkt.

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

rietgrasuil
Apamea unanimis

oostelijke uil
Fabula zollikoferi

brede-w-uil
Lacanobia w-latinum

tweestreepvoorjaarsuil
Orthosia cerasi

zuidelijke worteluil
Agrotis trux

gevlekte pijluil
Pachetra sagittigera

alle soorten uit deze familie