moerasbos-uil Acronicta strigosa

Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Acronictinae / Acronicta strigosa
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Zeer zeldzaam. Wordt verspreid over het land slechts af en toe waargenomen. RL: ernstig bedreigd.

Rode lijst
ernstig bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 13-15 mm. Deze kleine Acronicta-soort heeft een lichtbruine, enigszins grijs getinte voorvleugel. Karakteristiek zijn drie forse zwarte strepen in het doorgaans donkere gedeelte langs de binnenrand: een wortelstreep, een streep in het middenveld en een streep in de binnenrandhoek; deze strepen liggen ruwweg in het verlengde van elkaar.De buitenste dwarslijn is opvallend en gekarteld. In de niervlek en aan de onderrand van het borststuk is vaak een zalmkleurige tint aanwezig.

Levenscyclus

Rups: juli-september. De soort overwintert als pop, soms in dood hout.

Waardplanten

Vooral meidoorn, maar ook sleedoorn.

Habitat

Vooral meidoornstruwelen in vochtige gebieden, zoals rivieroevers, uiterwaarden en randen van moerassen; ook ruige weiden en akkerranden.

Vliegtijd en gedrag

Begin juni-begin augustus in één generatie. De vlinders komen op licht en op smeer; overdag worden ze soms rustend aangetroffen op een boomstam.

België

Beperkt tot Wallonië, waar de soort vrij zeldzaam, maar wijdverbreid is ten zuiden van Samber en Maas.

Mondiaal

In Europa lokaal verbreid. Naar het zuiden tot de Pyreneeën en via de zuidkant van de Alpen naar Slowakije en Noord-Griekenland. Naar het noorden tot Zuid-Engeland, Zuid-Denemarken, Zuid-Zweden, Zuid-Finland en Karelië tot de Oeral. Waarschijnlijk voorkomend in Klein-Azië (Hacker, 1989) want ook in de Kaukasus komt strigosa voor. Verder naar het oosten via Midden-Azië tot Noord-China, Korea en Japan.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Marsh Dagger
Duitse naam
Striemen-Rindeneule
Franse naam
la Noctuelle grisette
Synoniemen
Apatele strigosa, Acronycta strigosa
Toelichting Nederlandse naam

Deze uil moet worden gezocht in vochtige gebieden, moerassen en uiterwaarden (met meidoornstruweel).

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Acronicta: akronux = het vallen van de avond. Waarschijnlijk heeft deze naam dezelfde strekking als Noctua, in de nacht. Dit genus heeft immers geen enkele binding met de avondschemering.
strigosa: strigosus komt van striga = een groef, een rimpel, een lijn, naar de sterk ontwikkelde dolktekens op de voorvleugels verwijzend

Auteursnaam en jaartal
(Denis & Schiffermüller, 1775)

Actualiteiten

Ontdek meer

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

elzenuil
Acronicta alni

geelbruine herfstuil
Agrochola macilenta

herfst-rietboorder
Rhizedra lutosa

grijze stofuil
Hoplodrina respersa

moerasbos-uil
Acronicta strigosa

bosbesuil
Conistra vaccinii

alle soorten uit deze familie