schijn-piramidevlinder Amphipyra berbera

Rupsen van de schijn-piramidevlinder zijn gemakkelijker te onderscheiden van die van de piramidevlinder dan de vlinders zelf.
Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Amphipyrinae / Amphipyra berbera
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt verspreid over het land voor. RL: niet bedreigd.

Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 21-26 mm. Deze uil lijkt qua tekening zeer sterk op de piramidevlinder (A. pyramidea), maar is gemiddeld iets kleiner en grijzer van kleur. Zwartbruine exemplaren komen bij deze soort nauwelijks voor. Het achterlijf is doorgaans geheel donker gekleurd. De palpen zijn vanaf de voorkant bekeken donkerbruin met een licht uiteinde aan het laatste segment (zie de extra opmerking bij Meer over gelijkende soorten). De binnenste en de buitenste dwarslijn hebben altijd dezelfde, geelachtige kleur.

Uiterlijk Carter: Tot 42 mm; lijkt sterk op A. puramidea, maar de bult op segment elf is minder scherp driehoekig en heeft een scherpe rode punt; de witte vlekken op de rug komen bij elkaar en vormen een golvende lijn; borstpoten soms zwart.

Gelijkende soorten vlinder

Voor enkele subtiele verschillen in vleugeltekening, zie de piramidevlinder (A. pyramidea). Tussen beide soorten is echter vrij veel overlap in de genoemde kenmerken en bovendien zijn sommige kenmerken bij afgevlogen exemplaren niet goed zichtbaar. Een enkel kenmerk is daarom nooit voldoende om de soorten met zekerheid van elkaar te onderscheiden. Een combinatie van de genoemde kenmerken is meestal wel overtuigend genoeg om de goede soort vast te stellen. Zie ook de grote piramidevlinder (A. perflua).

Gelijkende soorten vlinder

piramidevlinder
Amphipyra pyramidea

grote piramidevlinder
Amphipyra perflua

Gelijkende soorten rups

Piramidevlinder (Amphipyra pyramidea).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

piramidevlinder
Amphipyra pyramidea

Levenscyclus

Rups: april-juni. De rupsen hebben een niet onderbroken zijlijn en het puntje op het laatste segment is rood gekleurd. De verpopping vindt plaats in een cocon in de strooisellaag of in de grond. De soort overwintert als ei in een bastspleet.

Waardplanten

Diverse loofbomen en struiken, waaronder eik, wilg, beuk, linde en rododendron.

Habitat

Habitat: Bossen, struwelen, parken en tuinen.

Vliegtijd en gedrag

Half juli-eind september in één generatie. De vlinders komen op smeer en op bloedende bomen; ze worden geregeld op licht aangetroffen. Overdag verbergen ze zich in holle bomen, achter schors, in nestkasten of in gebouwen, soms samen met exemplaren van Amphipyra pyramidea.

België

Vrij zeldzaam maar wijdverbreid in Vlaanderen. In Wallonië wijdverbreid in alle provincies.

Mondiaal

Van Noordwest-Afrika (Marokko, Algerije, Tunesië) via heel Europa; naar het noorden tot Midden-Engeland, Midden-Zweden en Zuid-Finland (waar zij talrijker is dan A. pyramidea en naar het oosten uitbreidt). In Kleina-Azië in Noord-Turkije en de Kaukasus (Hacker, 1989).

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Svensson's Copper Underwing
Duitse naam
Svenssons Pyramideneule
Franse naam
la Berbère
Synoniemen
Amphipyra pyramidea
Toelichting Nederlandse naam

Deze soort lijkt heel veel op Amphipyra pyramidea, piramidevlinder en is daar ook moeilijk van te onderscheiden.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Amphipyra: amphi = rond en pur = het vuur. Pickard en Treitschke vinden dat hiermee wordt aangeduid dat de vlinders op licht af komen. Spuler denkt dat het te maken heeft met de koperkleur van de achtervleugels.
berbera: berber is een inwoner van Barbary, de vindplaats van het type-exemplaar in Noord-Afrika.

Auteursnaam en jaartal
Rungs, 1949

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

gelijnde grasuil
Tholera decimalis

moeras-w-uil
Lacanobia splendens

bonte worteluil
Agrotis vestigialis

schijn-nonvlinder
Panthea coenobita

helmgrasuil
Mythimna litoralis

bonte daguil
Protoschinia scutosa

alle soorten uit deze familie