moerasgoudvenstertje Plusia putnami

Het moerasgoudvenstertje leeft in vochtige biotopen en heeft diverse grassen als waardplant.
Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Plusiinae / Plusia putnami
Groep
Nachtvlinder die zowel dagactief als nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij zeldzaam. Komt verspreid over het land voor; de meeste waarnemingen komen uit de drie noordoostelijke provincies. RL: bedreigd.

Rode lijst
bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 14-15 mm. Net als de verwante soorten houdt deze uil in rust de vleugels dakvormig omhoog. Op de bovenkant van het borststuk bevindt zich een opvallende kuif. De vleugeltekening komt sterk overeen met die van het goudvenstertje (P. festucae). De kleur is vaak iets meer goudkleurig oranje en de voorvleugel is doorgaans iets breder en korter. De schuine donkere dwarslijnen die over de voorvleugel lopen zijn tamelijk scherp. Van de lichte vlek in de vleugelpunt heeft het langste, verst van de vleugelpunt gelegen zilverwitte vlakje een stompe, naar binnen gerichte punt.

Gelijkende soorten vlinder

Zie het goudvenstertje (P. festucae).

goudvenstertje
Plusia festucae
NOCTUIDAE: Plusiinae

Gelijkende soorten rups

Turkse uil (Chrysodeixis chalcites), koperuil (Diachrysia chrysitis), gelduil (Polychrysia moneta), goudvenstertje (Plusia festucae), gamma-uil (Autographa gamma), donkere jota-uil (Autographa pulchrina), jota-uil (Autographa jota) en zilvervenster (Autographa bractea).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

goudvenstertje
Plusia festucae
NOCTUIDAE: Plusiinae

gamma-uil
Autographa gamma
NOCTUIDAE: Plusiinae

donkere jota-uil
Autographa pulchrina
NOCTUIDAE: Plusiinae

zilvervenster
Autographa bractea
NOCTUIDAE: Plusiinae

koperuil
Diachrysia chrysitis
NOCTUIDAE: Plusiinae

gelduil
Polychrysia moneta
NOCTUIDAE: Plusiinae

jota-uil
Autographa jota
NOCTUIDAE: Plusiinae

turkse uil
Chrysodeixis chalcites
NOCTUIDAE: Plusiinae

Levenscyclus

Rups: juli-mei. De soort overwintert als jonge rups en verpopt zich in een cocon tussen de waardplant.

Waardplanten

Diverse grassen, waaronder duinriet, hennegras en gestreepte witbol.

Habitat

Moerassen, vochtige weiden en andere vochtige open plaatsen.

Vliegtijd en gedrag

Eind mei-begin oktober in twee generaties; de tweede generatie is partieel. De vlinders vliegen in de schemering (soms ook overdag) en bezoeken bloemen van onder andere gewone smeerwortel.

België

Zeer zeldzaam. Slechts enkele recente vindplaatsen in de Antwerpse en Limburgse Kempen. Vroeger ook bekend uit Oost-Vlaanderen en Namen.

Mondiaal

Lokaal verbreid van Noordwest-Afrika (Marokko) door het grootste deel van Europa noordelijk tot Schotland en Midden-Scandinavië. Naar het zuiden zeldzamer en tot nu toe waargenomen in Frankrijk, Noord-Italië, voormalig Joegoslavië en Bulgarije. Uit Portugal en Spanje zijn nog geen zekere waarnemingen bekend. In Midden- en Oost-Azië gemeld van het Bajkalmeer, Japan, Korea, China en Sachalin maar eerst moet worden onderzocht of het geen P. festucae-waarnemingen betreft. Wijdverbreid in Noord-Amerika (Canada, het noorden van de VS). Putnami is een holarctische soort.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Lempke's Gold Spot
Duitse naam
Zierliche Röhricht-Goldeule
Franse naam
niet bekend
Synoniemen
Chrysaspidia putnami, Autographa putnami, Agrotis putnami, Autographa gracilis, Plusia gracilis
Toelichting Nederlandse naam

Deze mooie vlinder leeft vooral in vochtige moerassige gebieden.
De zilverwitte vlekken vormen een venstertje in de goudbruine vleugels.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Plusia: plousios = rijk, verwijzend naar de goud- en zilver tekens op de voorvleugels. Dit is een naam die Ochsenheimer overnam uit Hübner's op zeer beperkte schaal verspreide Tentamen (1806).
putnami: putnami is een eerbetoon aan G.P. Putnam. Hij was lid van de Buffalo Society of Natural Sciences waarbij de eerste beschrijving verscheen.

Auteursnaam en jaartal
(Grote, 1873)

Nieuws

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

grijze heideuil
Lycophotia molothina

donkere winteruil
Conistra ligula

stippelrietboorder
Protarchanara brevilinea

harige voorjaarsuil
Brachionycha nubeculosa

donkere iepenuil
Cosmia affinis

varenuil
Callopistria juventina

alle soorten uit deze familie