donkere jota-uil Autographa pulchrina

De donkere jota-uil heeft een paarsachtig bruine voorvleugel met een lichte Y-vormige vlek.
Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Plusiinae / Autographa pulchrina
Groep
Nachtvlinder die zowel dagactief als nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed op gelijkende soorten letten)
Zeldzaamheid

Zeldzaam. Komt verspreid over het land lokaal voor. RL: bedreigd.

Rode lijst
bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 17-20 mm. Deze uil heeft dezelfde vorm en rusthouding als de verwante soorten. De voorvleugel is donker rood- of paarsachtig bruin en uitgebreid gemarmerd met roze of licht paarsachtig bruin. Dicht bij de binnenrandhoek ligt langs de achterrand een glanzende grijsachtig groene vlek. Kenmerkend is de in het midden samengeknepen zwarte niervlek, die vaak omrand is met een fijne zilverkleurige lijn. De lichte Y-vormige vlek in het midden van de voorvleugel is variabel van vorm; vaak is deze vlek in tweeën gesplitst tot een V met vlak daarnaast een rond vlekje.

Gelijkende soorten vlinder

De voorvleugel van de jota-uil (A. jota) is lichter en heeft een meer rozeachtig rode tint; de niervlek is, indien aanwezig, niet of nauwelijks omlijnd. Zie ook de gamma-uil (A. gamma).

Klik hier voor gedetailleerde verschillen met illustraties tussen Autographa pulchrina en A. jota.

Gelijkende soorten vlinder

jota-uil
Autographa jota

gamma-uil
Autographa gamma

Gelijkende soorten rups

Turkse uil (Chrysodeixis chalcites), koperuil (Diachrysia chrysitis), gelduil (Polychrysia moneta), goudvenstertje (Plusia festucae), moerasgoudvenstertje (Plusia putnami), gamma-uil (Autographa gamma), jota-uil (Autographa jota) en zilvervenster (Autographa bractea).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

goudvenstertje
Plusia festucae

gamma-uil
Autographa gamma

zilvervenster
Autographa bractea

koperuil
Diachrysia chrysitis

gelduil
Polychrysia moneta

jota-uil
Autographa jota

moerasgoudvenstertje
Plusia putnami

turkse uil
Chrysodeixis chalcites

Levenscyclus

Rups: juli-mei. De rups foerageert vooral ´s nachts en verbergt zich overdag laag bij de grond op de waardplant. De soort overwintert als rups en verpopt zich in een cocon die gevormd wordt in een opgerold blad van de waardplant.

Waardplanten

Diverse kruidachtige planten, waaronder brandnetel, bosandoorn, jakobskruiskruid en kamperfoelie.

Habitat

Habitat: Bossen, struwelen, heiden, ruige graslanden en tuinen.

Vliegtijd en gedrag

Begin mei-eind juli in één generatie; in gunstige jaren soms een partiële tweede generatie in augustus-september. De vlinders vliegen vanaf de schemering en komen op licht; ze bezoeken bloemen.

Belgiƫ

Zeldzaam. Wijdverbreid in de Vlaamse Ardennen en de oostelijke helft van Vlaanderen. In Wallonië vrij algemeen en wijdverbreid ten zuiden van Samber en Maas.

Mondiaal

Bijna geheel Europa; zuidelijk tot Noord-Spanje, Zuid-Italië, Griekenland en Bulgarije. Naar het noorden tot de Shetland-eilanden, Noord-Scandinavië (tot boven de poolcirkel) en naar het oosten tot de Midden-Oeral. Tot voor kort werden de aziatische bureautica (Staudinger, 1892), urupina (Bryk, 1942) en kinjana (Wiltshire, 1961) gezien als ondersoorten van pulchrina maar zijn nu zelfstandige soorten. Het areaal van pulchrina blijkt zich dus tot Europa te beperken.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Beautiful Golden Y
Duitse naam
Ziest-Silbereule
Franse naam
le V d'or
Synoniemen
Plusia pulchrina, Plusia v-aureum
Toelichting Nederlandse naam

Deze prachtig gekleurde en getekende uil lijkt veel op de jota-uil (voor nadere toelichting zie daar) maar maakt een donkerder indruk.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Autographa: autographos = met eigen hand geschreven; naar de lettertekens (gamma, jota e.d.) die de soort zelf op zijn vleugels heeft geschreven.
pulchrina: komt van pulcher = mooi. Wijzend op de mooie letter Y op de vleugel. Haworth heeft in 1802 voorgesteld om alle noctuïden de uitgang -ina te geven.

Auteursnaam en jaartal
(Haworth, 1809)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

kooluil
Mamestra brassicae

bruine groenuil
Anaplectoides prasina

oranjegeel halmuiltje
Oligia fasciuncula

russenuil
Coenobia rufa

gewone worteluil
Agrotis exclamationis

chi-uil
Antitype chi

alle soorten uit deze familie