gamma-uil Autographa gamma

De gamma-uil is een heel gewone trekvlinder uit het Middellandse Zeegebied, die zowel overdag als 's nachts vliegt.
Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Plusiinae / Autographa gamma
Groep
Nachtvlinder die zowel dagactief als nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Zeer algemeen. Een trekvlinder uit het Middellandse Zeegebied, die verspreid over het hele land kan worden waargenomen.

Rode lijst
trekvlinder

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 13-21 mm. Net als de verwante soorten houdt deze uil in rust de vleugels dakvormig omhoog. Op de bovenkant van het borststuk bevindt zich een opvallende kuif en verder naar achteren zijn twee kleinere kuifjes zichtbaar. De voorvleugel is bruin en grijs gemarmerd en heeft soms een paarsachtige tint. Aan de buitenzijde van de buitenste dwarslijn bevindt zich een breed naar de binnenrand uitlopende licht gekleurde veeg. Het belangrijkste kenmerk is de opvallende zilverkleurige ongebroken Y-vormige vlek in het midden van de voorvleugel. Zowel de grootte van de vlinder als de kleur van de voorvleugel kunnen sterk variëren.

Kenmerken rups

Tot 25 mm; een 'semi-spanrups' met slechts drie paar buikpoten; lichaam varieert in kleur van geelachtig groen tot blauwachtig groen of donker groenachtig grijs; de rug heeft een tekening van fijne witte streepjes en ringetjes en over de spiracula loopt een witte of geelachtige lengteband; kop gewoonlijk groen met aan weerszijden een karakteristieke zwarte streep, die echter ook kan ontbreken, terwijl de kop ook geheel zwart kan zijn.

Gelijkende soorten vlinder

Kleine exemplaren kunnen worden verward met de ni-uil (Trichoplusia ni); bij deze soort is de Y-vormige vlek echter in tweeën gebroken. De zilverkleurige vlek op de voorvleugel van de getekende gamma-uil (Macdunnoughia confusa) loopt via een dunne lijn door tot aan de binnenrand van de vleugel. De donkere jota-uil (A. pulchrina) en de jota-uil (A. jota) zijn meer roodachtig van kleur. De schijn-gamma-uil (Syngrapha interrogationis) is zwarter en sierlijker getekend.

ni-uil
Trichoplusia ni
NOCTUIDAE: Plusiinae

donkere jota-uil
Autographa pulchrina
NOCTUIDAE: Plusiinae

schijn-gamma-uil
Syngrapha interrogationis
NOCTUIDAE: Plusiinae

jota-uil
Autographa jota
NOCTUIDAE: Plusiinae

getekende gamma-uil
Macdunnoughia confusa
NOCTUIDAE: Plusiinae

Gelijkende soorten rups

Turkse uil (Chrysodeixis chalcites), koperuil (Diachrysia chrysitis), gelduil (Polychrysia moneta), goudvenstertje (Plusia festucae), moerasgoudvenstertje (Plusia putnami), donkere jota-uil (Autographa pulchrina), jota-uil (Autographa jota), zilvervenster (Autographa bractea) en jonge rupsen van de getekende gamma-uil (Macdunnoughia confusa).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

goudvenstertje
Plusia festucae
NOCTUIDAE: Plusiinae

donkere jota-uil
Autographa pulchrina
NOCTUIDAE: Plusiinae

zilvervenster
Autographa bractea
NOCTUIDAE: Plusiinae

koperuil
Diachrysia chrysitis
NOCTUIDAE: Plusiinae

moerasgoudvenstertje
Plusia putnami
NOCTUIDAE: Plusiinae

gelduil
Polychrysia moneta
NOCTUIDAE: Plusiinae

jota-uil
Autographa jota
NOCTUIDAE: Plusiinae

turkse uil
Chrysodeixis chalcites
NOCTUIDAE: Plusiinae

getekende gamma-uil
Macdunnoughia confusa
NOCTUIDAE: Plusiinae

Levenscyclus

Rups: mei-november. De ontwikkelingssnelheid van de rups is sterk afhankelijk van de temperatuur. De verpopping vindt plaats in een glanzende zilverkleurige cocon tegen een blad van de waardplant. De soort overwintert in zachte winters soms in Nederland als volgroeide rups of als pop.

Waardplanten

Allerlei kruidachtige planten, waaronder braam, walstro, klaver, brandnetel en landbouwgewassen zoals aardbei, tomaat, erwt, kool en boon.

Habitat

Deze soort kan overal worden aangetroffen; wordt ook geregeld in tuinen waargenomen.

Vliegtijd en gedrag

April-oktober in meerdere generaties; soms ook in de wintermaanden een waarneming. De vlinders vliegen zowel overdag als ´s nachts; ze komen goed op licht en in mindere mate op smeer. Overdag en in de schemering bezoeken ze geregeld bloemen, waarbij ze soms heftig met hun vleugels trillend op een blad zitten.

België

Zeer algemeen. Een trekvlinder die soms enorm talrijk kan zijn.

Mondiaal

Noord-Afrika, Europa en Azië met uitzondering van de zuidoostelijke delen. Als trekvlinder bereikt gamma de noordelijkste delen van Scandinavië, IJsland en Groenland. Waar de noordgrens ligt van de standvlinders is nog niet bekend. Hacker (1989) vermoedt: 'de grens waarvan zuidelijk de gamma in gunstige jaren kan overleven ligt ongeveer langs de kusten van de Oost- en de Noordzee'.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Silver Y
Duitse naam
Gammaeule
Franse naam
le Lambda , le Gamma
Oud Nederlandse naam
pistooltje
Synoniemen
Plusia gamma, Phytometra gamma, Autographa messmeri, Autographa voelkeri
Toelichting Nederlandse naam

Gamma-uil is een al lang bestaande naam die al gebruikt wordt door Ter Haar in 'Onze vlinders' (begin vorige eeuw). Ter Haar noemde deze soort ook pitooltje.
Het witte teken op de voorvleugel lijkt op de Griekse letter gamma.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Autographa: autographos = met eigen hand geschreven; naar de lettertekens (gamma, jota e.d.) die de soort zelf op zijn vleugels heeft geschreven.
gamma: gamma naar de metaalkleurige Griekse letter gamma op de voorvleugel. Linnaeus noemt dit goud, geen zilver.

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

elzenuil
Acronicta alni

geelbruine herfstuil
Agrochola macilenta

herfst-rietboorder
Rhizedra lutosa

grijze stofuil
Hoplodrina respersa

moerasbos-uil
Acronicta strigosa

bosbesuil
Conistra vaccinii

alle soorten uit deze familie