wikke-uil Lygephila pastinum

Diverse kruidachtige planten, waaronder vogelwikke en moeraslathyrus, zijn de waardplanten van de wikke-uil.
Familie
spinneruilen (EREBIDAE)
Onderfamilie
Erebinae / Lygephila pastinum
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Zeldzaam. Wordt zeer verspreid over het land af en toe waargenomen. RL: ernstig bedreigd.

Rode lijst
ernstig bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 18-21 mm. Deze spinneruil heeft een tamelijk slank lichaam en een brede voorvleugel. Op de bovenzijde van het borststuk bevindt zich een opvallende zwartachtig bruine kraag; de kop is zwartachtig donkerbruin gekleurd. De voorvleugel heeft een lichte, bruinachtig grijze kleur, vaak met een lila- of rozeachtige tint, en een fijn patroon van dunne lijntjes en fijne spikkeltjes. De binnenste zone van het zoomveld is donkerder en bruiner van kleur, vooral langs de voorrand. Kenmerkend is de donkerbruine of zwartachtige smalle, haakvormig gebogen middenvlek; onder de binnenste lob van de middenvlek bevinden zich één of twee zeer kleine druppelvormige vlekjes. De ringvlek is gereduceerd tot een donkere stip. Er is weinig variatie.

Gelijkende soorten vlinder

Geen resultaten.

Levenscyclus

Rups: juli-mei. De rups foerageert ´s nachts en verbergt zich overdag laag op de waardplant; de rups overwintert. De verpopping vindt plaats in een cocon op of in de grond.

Waardplanten

Diverse kruidachtige planten, waaronder vogelwikke en moeraslathyrus.

Habitat

Habitat: Vochtige weiden, moerassen en vochtige bosranden; ook drogere (kalk)graslanden.

Vliegtijd en gedrag

Eind mei-half augustus in één generatie; soms een partiële tweede generatie van september-begin oktober. De vlinders zijn overdag gemakkelijk op te jagen; na een korte vlucht gaan ze weer zitten met halfgespreide vleugels, een omhoog geheven kop en een naar beneden gedrukt achterlijf. De vlinders zijn actief vanaf de schemering en komen op licht.

België

In Vlaanderen zeer zeldzaam, met een beperkt aantal vindplaatsen aan de Westkust, de Antwerpse en Limburgse Kempen en Zuid-Oost-Limburg; lokaal algemeen. In Wallonië vrij zeldzaam en wijdverbreid ten zuiden van Samber en Maas.

Mondiaal

De zuidelijke areaalgrens: het noorden van het Iberisch schiereiland via Zuid-Frankrijk en de zuidrand van de Alpen naar de Adriatische kusten en via de Karpaten tot de Krim en de Kaukasus. Naar het noorden tot Engeland en het westen van Noorwegen. Naar het oosten tot Centraal-Azië, Noord-China en Japan.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
The Blackneck
Duitse naam
Nierenfleck-Wickeneule
Franse naam
l'Ophiuse de l'astragale
Synoniemen
Toxocampa pastinum, Ophiusa pastinum
Toelichting Nederlandse naam

Wikke-soorten zoals vogelwikke zijn de waardplant van deze soort.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Lygephila: luge = donkerte en phileo = houden van. Deze vlinder vliegt zodra het donker is.
pastinum: pastinum = een plantijzer met twee punten dat vooral gebruikt werd voor het planten van wijnstokken, ook is het de grond die klaargemaakt is om beplant of bezaaid te worden. Waarschijnlijk moeten we de laatste betekenis gebruiken. Op de vleugel staan veel evenwijdige lijnen, de fijne groeven om het zaad in te deponeren.

Auteursnaam en jaartal
(Treitschke, 1826)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie spinneruilen (EREBIDAE)

gepijlde micro-uil
Schrankia costaestrigalis

roodbandbeer
Diacrisia sannio

karmozijnrood weeskind
Catocala sponsa

gele tijger
Spilosoma lutea

blauw weeskind
Catocala fraxini

klein kokerbeertje
Eilema pygmaeola

alle soorten uit deze familie