bruine sikkeluil Laspeyria flexula

De rupsen van de bruine sikkeluil eten korstmossen op loofbomen en naaldbomen en ook algen.
Familie
spinneruilen (EREBIDAE)
Onderfamilie
Aventiinae / Laspeyria flexula
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(goed tot redelijk goed te determineren)
Zeldzaamheid

Zeldzaam. Komt zeer lokaal voor in de duinen en op de zandgronden in het binnenland; daarbuiten schaars of ontbrekend. RL: bedreigd.

Rode lijst
bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 13-15 mm. Deze spinneruil heeft een tamelijk slank gebouwd lichaam. De warme grijsachtig bruine, vaak lila getinte voorvleugel heeft langs de achterrand bij de vleugelpunt een grote roestbruin gekleurde vlek. De achterrand van de voorvleugel heeft een karakteristieke dubbele uitholling met halverwege een stompe punt en de vleugelpunt is scherp. Kenmerkend zijn de twee fijne donkergerande geelachtig bruine dwarslijnen, die grofweg recht over de voorvleugel lopen en bij de voorrand een scherpe hoek maken. Tussen deze centrale dwarslijnen liggen twee zwarte vlekjes. Ook over de achtervleugel loopt een donkergerande lichte dwarslijn.

Uiterlijk Carter: Tot 24 mm; lichaam achter de kop en naar de staart enigszins gezwollen; de eerste vier buikpootparen zeer klein; lichaam blauwachtig groen met onregelmatige zwarte en groenachtig witte tekening; op de rug van segment elf een paar verheven wratten; kop groenachtig wit met zwarte tekening.

Gelijkende soorten vlinder

De bleke eenstaart (Falcaria lacertinaria) heeft een andere rusthouding en een onregelmatiger gekartelde achterrand; op de voorvleugel bevindt zich slechts één middenstip, de dwarslijnen zijn donkerder dan de grondkleur en de achtervleugel is lichter en heeft geen dwarslijn. Zie ook de booglijnuil (Colobochyla salicalis).

Gelijkende soorten vlinder

bleke eenstaart
Falcaria lacertinaria

booglijnuil
Colobochyla salicalis

Gelijkende soorten rups

Blauw weeskind (Catocala fraxini), rood weeskind (Catocala nupta) en karmozijnrood weeskind (Catocala sponsa).
N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).

blauw weeskind
Catocala fraxini

rood weeskind
Catocala nupta

karmozijnrood weeskind
Catocala sponsa

Levenscyclus

Rups: juli-mei. De rups is vooral ´s nachts actief. De soort overwintert als jonge rups en verpopt zich in een stevige cocon op een tak van de waardplant.

Waardplanten

Korstmossen op loofbomen en naaldbomen; uit kweekexperimenten blijkt dat de rupsen ook algen eten.

Habitat

Habitat: Bossen, struwelen, parken en oude boomgaarden.

Vliegtijd en gedrag

Begin juni-half augustus en regelmatig een tweede vliegpiek in september. De vlinders vliegen vanaf de schemering; ze komen op smeer en in mindere mate op licht. Overdag rusten de vlinders op een boomstam of op naalden op de grond; ze zijn gemakkelijk te verstoren.

België

In Vlaanderen vrij zeldzaam. Voor 2010 nagenoeg verdwenen in grote delen van Vlaanderen behalve de Westkust, maar sindsdien spectaculair toegenomen met talrijke vindplaatsen in alle provincies. In Wallonië zeldzaam, maar wijdverbreid en lokaal vrij algemeen.

Mondiaal

De zuidgrens: het noorden van het Iberisch schiereiland - Corsica - Zuid-Italië - Zuid-Griekenland - de Zwarte Zee - het zuiden van de Kaukasus. Naar het noorden tot Zuid-Engeland en Zuid-Noorwegen. Komt ook voor in het Oessoeri-gebied en in Oost-Azië.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Beautiful Hook-tip
Duitse naam
Sicheleule
Franse naam
le Crochet
Oud Nederlandse naam
korstmossenuil
Synoniemen
Aventia flexula, Adventia flexularia, Aventia flexularia
Toelichting Nederlandse naam

De gegolfde achterrand van de voorvleugel eindigt in een sikkelvorm en de grondkleur van de vleugels is bruin.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Laspeyria: laspeyria is een eerbetoon aan J.H. Laspeyres (1769 - 1809), een beroemde Duitse entomoloog die juist was gestorven. Laspeyres is ook burgemeester van Berlijn geweest.
flexula: flexulus is een verkleining van flexus = gebogen, naar de gebogen vormen van de vleugelachterrand.

Auteursnaam en jaartal
(Denis & Schiffermüller, 1775)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie spinneruilen (EREBIDAE)

schaduwsnuituil
Herminia tarsicrinalis

klein kokerbeertje
Eilema pygmaeola

roodbandbeer
Diacrisia sannio

donkerbruine snuituil
Idia calvaria

bruine snuituil
Hypena proboscidalis

nonvlinder
Lymantria monacha

alle soorten uit deze familie