gelijnde micro-uil Schrankia taenialis

Rupsen van de gelijnde micro-uil zijn nooit in Nederland en België gevonden.
Familie
spinneruilen (EREBIDAE)
Onderfamilie
Hypenodinae / Schrankia taenialis
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Zeer zeldzaam. Een soort die slechts heel af en toe verspreid over het land wordt waargenomen. RL: gevoelig.

Rode lijst
gevoelig

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 9-11 mm. Deze lichtbruine snuituil kan vanwege de kleine afmetingen gemakkelijk worden aangezien voor een microvlinder. Opvallend is de zwarte buitenste dwarslijn die aan de buitenzijde afgezet is met een witte zone, die vooral bij de binnenrand goed opvalt. De middenvlek is zichtbaar als een kleine donkere vlek; heel soms loopt er vanuit de niervlek een korte streep in de richting van de achterrand, maar deze reikt vrijwel nooit tot aan de buitenste dwarslijn. De binnenste dwarslijn is getand en de golflijn in het zoomveld is lichtgekleurd. Er is weinig variatie. Evenals de andere snuituilen heeft deze soort een opvallende 'snuit', gevormd door de lange palpen.

Gelijkende soorten vlinder

Zie de gepijlde micro-uil (S. costaestrigalis) en de moeras-micro-uil (Hypenodes humidalis).

Gelijkende soorten vlinder

gepijlde micro-uil
Schrankia costaestrigalis

moeras-micro-uil
Hypenodes humidalis

Levenscyclus

Rups: juli-mei. In Nederland is de rups van deze soort nog niet met zekerheid in de vrije natuur vastgesteld; het is wel gelukt om te kweken met gevangen vlindervrouwtjes. De soort overwintert als rups en produceert in gevangenschap vaak een tweede generatie. De verpopping vindt plaats tegen de stengel van de waardplant.

Waardplanten

Onder andere dophei, struikhei en tijm; deze waardplanten zijn gebaseerd op de bij 'Levenscyclus' genoemde kweekervaringen met gevangen vlindervrouwtjes.

Habitat

Habitat: Vooral heiden en vochtige loofbossen.

Vliegtijd en gedrag

Juni-augustus in één generatie; soms een partiële tweede generatie tot in oktober. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken bloemen.

België

Zeer zeldzaam in Vlaanderen. Recent enkele waarnemingen uit de Vlaamse Ardennen, Vlaams-Brabant en Limburg. Algemener in Wallonië, met verspreide vindplaatsen in Namen en Luxemburg.

Mondiaal

Zeer verstrooid voorkomend van de Pyreneeën in het westen tot de Kaukasus in het oosten. Komt ook voor in Korea en Japan. Geïsoleerd voorkomen op de Canarische eilanden en op Sicilië. Verder schijnt de zuidgrens gevormd te worden door de pyreneeén en de Alpen (al moet gezegd dat de kennis hiervan nog lang niet toereikend is) en verder naar Zuid-Hongarije en Zuid-Bulgarije. Naar het noorden tot Oost-Engeland, Zuid-Scandinavië en Litouwen.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
White-line Snout
Duitse naam
Breitflügel-Motteneule
Franse naam
l'Hypénode de la callune
Synoniemen
Hypenopsis taenialis, Hypenodes taenialis, Hypenodes albistrigatis
Toelichting Nederlandse naam

De micro-uilen zijn klein en worden vaak aangezien voor microvlinders. Deze gelijnde micro-uil is er daar één van.
Een kronkellijn loopt dwars over de voorvleugels.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Schrankia: schrankia is een eerbetoon aan F. von P. von Schrank (1747 - 1835), een Duitse entomoloog. Hij was profesor in de Theologie en later in de Botanie te Ingolstadt in Bavaria en hij was de schrijver van Fauna boica, een van de belangwekkendste geschriften uit de geschiedenis van de taxonomie.
taenialis: taenia = een band, naar de postmediane band die duidelijk aanwezig is en afgezet met witte lijnen.

Auteursnaam en jaartal
(Hübner, 1809)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie spinneruilen (EREBIDAE)

bruine daguil
Euclidia glyphica

maansnuituil
Zanclognatha lunalis

rood weeskind
Catocala nupta

donkerbruine snuituil
Idia calvaria

klein muisbeertje
Pelosia obtusa

felgeel beertje
Eilema lutarella

alle soorten uit deze familie