gepijlde micro-uil Schrankia costaestrigalis

De gepijlde micro-uil kan door de kleine afmetingen en slanke bouw worden verward met een microvlinder.
Familie
spinneruilen (EREBIDAE)
Onderfamilie
Hypenodinae / Schrankia costaestrigalis
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij zeldzaam. Komt verspreid over het land voor. RL: niet bedreigd.

Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 9-11 mm. Deze snuituil kan vanwege de kleine afmetingen en de slanke bouw gemakkelijk worden aangezien voor een microvlinder, vooral wanneer de voorzijde van het lichaam in rust enigszins omhoog geheven is. De kleur van de smalle voorvleugel varieert van zandkleurig bruin tot grijsachtig bruin. De onduidelijke donkere middenvlek staat via een dikke donkere lijn in verbinding met de buitenste dwarslijn. In de vleugelpunt is vaak een lichte veeg zichtbaar. Al deze kenmerken kunnen vaag zijn; bij sommige vrijwel effen bruine exemplaren zijn alleen twee dwarslijnen zichtbaar. Evenals de andere snuituilen heeft deze soort een opvallende 'snuit', gevormd door de lange palpen.

Gelijkende soorten vlinder

De gelijnde micro-uil (S. taenialis) heeft een bredere voorvleugel met een meestal goed zichtbare kleine donkere middenvlek, die vrijwel nooit tot aan de buitenste dwarslijn reikt. De zwarte buitenste dwarslijn is aan de buitenzijde wit afgezet. Zie ook de moeras-micro-uil (Hypenodes humidalis).

gelijnde micro-uil
Schrankia taenialis
EREBIDAE: Hypenodinae

moeras-micro-uil
Hypenodes humidalis
EREBIDAE: Hypenodinae

Levenscyclus

Rups: juli-mei. In Nederland is de rups van deze soort nog niet met zekerheid in de vrije natuur vastgesteld; het is wel gelukt om te kweken met gevangen vlindervrouwtjes. De soort overwintert als rups. De verpopping vindt plaats tegen de stengel van de waardplant.

Waardplanten

Diverse kruidachtige en houtige planten, waaronder struikhei, tijm en wilde marjolein; deze waardplanten zijn gebaseerd op de bij 'Levenscyclus' genoemde kweekervaringen met gevangen vlindervrouwtjes.

Habitat

Vochtige bossen, moerassen, natte weilanden en rivieroevers.

Vliegtijd en gedrag

Mei-oktober in twee generaties. De vlinders vliegen vanaf de schemering en bezoeken bloemen; ze komen zowel op licht als op smeer.

België

Vrij zeldzaam, maar toegenomen. Vrij algemeen in de oostelijke helft van het land, minder algemeen in het Westen. Afwezig ten westen van de lijn Kortrijk-Gent. In Wallonië zeldzaam maar wijdverbreid.

Mondiaal

Van de Canarische eilanden en Madeira via grote delen van West-, Midden- en Oost-Europa tot Voor-Azië. In het zuidwesten tot Marokko en verder vormt de Middellandse zee de zuidgrens. Naar het noorden tot Schotland, Zuid-Zweden en Midden-Finland.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Pinion-streaked Snout
Duitse naam
Schmalflügel-Motteneule
Franse naam
la Schrankie bicolore , l'Hypénode du serpolet
Synoniemen
Hypenodes costaestrigalis, Cledeobia costaestrigalis
Toelichting Nederlandse naam

De micro-uilen zijn klein en worden vaak aangezien voor microvlinders. Deze gepijlde micro-uil is er daar één van.
In de voorste dwarslijn is met wat fantasie een v-vormige pijlpunt te herkennen.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Schrankia: schrankia is een eerbetoon aan F. von P. von Schrank (1747 - 1835), een Duitse entomoloog. Hij was profesor in de Theologie en later in de Botanie te Ingolstadt in Bavaria en hij was de schrijver van Fauna boica, een van de belangwekkendste geschriften uit de geschiedenis van de taxonomie.
costaestrigalis: costa = de voorrand van een vleugel en striga = een veeg, naar een veeg langs de costa dus.

Auteursnaam en jaartal
(Stephens, 1834)

Actualiteiten

Ontdek meer

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie spinneruilen (EREBIDAE)

rood weeskind
Catocala nupta

gelijnde micro-uil
Schrankia taenialis

zwarte-l-vlinder
Arctornis l-nigrum

baardsnuituil
Pechipogo strigilata

glad beertje
Eilema griseola

rondvleugelbeertje
Thumatha senex

alle soorten uit deze familie