moeras-micro-uil Hypenodes humidalis

De moerasmicro-uil vliegt aan het eind van de middag en in de schemering, soms in zwermen.
Familie
spinneruilen (EREBIDAE)
Onderfamilie
Hypenodinae / Hypenodes humidalis
Groep
Nachtvlinder die zowel dagactief als nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Een soort die zeer verspreid en lokaal op de zandgronden in het binnenland voorkomt; daarbuiten ook af en toe een waarneming. RL: niet bedreigd.

Rode lijst
niet bedreigd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 6-8 mm. Deze snuituil kan vanwege de kleine afmetingen en de slanke bouw gemakkelijk worden aangezien voor een microvlinder. Kenmerkend is het patroon van de diagonale donkere dwarslijnen, waarvan de buitenste eindigt in de vleugelpunt. Evenals de andere snuituilen heeft deze soort een opvallende 'snuit', gevormd door de lange palpen.

Gelijkende soorten vlinder

De gelijnde micro-uil (Schrankia taenialis) en de gepijlde micro-uil (Schrankia costaestrigalis) zijn iets groter en missen de duidelijke, tot in de vleugelpunt lopende golflijn. Zie ook het klein purperuiltje (Eublemma parva).

klein purperuiltje
Eublemma parva
EREBIDAE: Hypenodinae

gelijnde micro-uil
Schrankia taenialis
EREBIDAE: Hypenodinae

gepijlde micro-uil
Schrankia costaestrigalis
EREBIDAE: Hypenodinae

Levenscyclus

Rups: juli-mei. In Nederland is de rups van deze soort nog niet met zekerheid in de vrije natuur vastgesteld; het is wel gelukt om te kweken met gevangen vlindervrouwtjes. De soort overwintert als rups. De verpopping vindt plaats tegen de stengel van de waardplant.

Waardplanten

Diverse grassen, waaronder pijpenstrootje; ook struikhei. Deze waardplanten zijn gebaseerd op de bij 'Levenscyclus' genoemde kweekervaringen met gevangen vlindervrouwtjes.

Habitat

Heiden, moerassen en vochtige graslanden.

Vliegtijd en gedrag

Eind mei-begin oktober in twee generaties; de tweede generatie is partieel. De vlinders vliegen aan het eind van de middag en in de schemering en zijn soms in zwermen aan te treffen. Ze komen zowel op licht als op smeer.

België

Zeer zeldzaam in Vlaanderen maar toegenomen. Beperkt tot de Antwerpse en Limburgse Kempen en enkele locaties in Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen; lokaal in hoge aantallen. In Wallonië zeer zeldzaam, met enkele vindplaatsen in Namen en Luxemburg.

Mondiaal

De noordgrens loopt van Midden-Engeland via Lapland tot de Oeral. Naar het oosten tot het Amoergebied. In Europa naar het zuiden tot Zuid-Frankrijk, de noordrand van de Alpen, Zuid-Hongarije, de Karpaten en de Donaudelta. Oudere opgaven uit Noord-Amerika betreffen een andere soort (H. palustris, Ferguson, 1954).

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Marsh Oblique-barred
Duitse naam
Moor-Motteneule
Franse naam
l'Hypénode des tourbières
Synoniemen
Schrankia humidalis, Hypenodes turfosalis, Tholomiges turfosalis
Toelichting Nederlandse naam

De micro-uilen zijn klein en worden vaak aangezien voor microvlinders. Deze moeras-micro-uil is er daar één van.
Deze soort voelt zich thuis in moerassen en vochtige gebieden.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Hypenodes: het genus Hypena en eidos, od- = de vorm. Gelijkend op Hypena dus.
humidalis: humidus = vocht; verwijzend naar de habitat: zure heiden en mossen.

Auteursnaam en jaartal
Doubleday, 1850

Actualiteiten

Ontdek meer

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie spinneruilen (EREBIDAE)

maansnuituil
Zanclognatha lunalis

boogsnuituil
Herminia grisealis

streepkokerbeertje
Eilema complana

dienares
Dysauxes ancilla

zwart beertje
Atolmis rubricollis

donkerbruine snuituil
Idia calvaria

alle soorten uit deze familie