ruituil Xestia stigmatica

Familie
uilen (NOCTUIDAE)
Onderfamilie
Noctuinae / Xestia stigmatica
Groep
Nachtvlinder die nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Zeer zeldzaam. Deze soort is slechts tweemaal waargenomen in de Deurnse Peel: in 2001 en in 2007.

Rode lijst
nieuwkomer

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

Kenmerk: Voorvleugellengte: 17-20 mm. Goed te onderscheiden van de andere Xestia-soorten door de brede grijsachtig donkerbruine, soms paars getinte voorvleugel met de onregelmatige brede donkere band tussen de golflijn en de buitenste dwarslijn.

Gelijkende soorten vlinder

De moerasbreedvleugeluil (Diarsia dahlii) en de bruine breedvleugeluil (Diarsia brunnea) zijn meer paars- of roodachtig van kleur, hebben een meer gebogen voorrand en vaak een opvallende niervlek en missen de brede donkere band. Ook de trapeziumuil (X. ditrapezium) mist de brede donkere band tussen de golflijn en de buitenste dwarslijn. Zie ook de driehoekuil (X. triangulum).

Gelijkende soorten vlinder

trapeziumuil
Xestia ditrapezium

driehoekuil
Xestia triangulum

bruine breedvleugeluil
Diarsia brunnea

moerasbreedvleugeluil
Diarsia dahlii

Levenscyclus

Rups: september-mei. De soort overwintert als jonge rups. Na de overwintering foerageert de rups tot ongeveer half april, maakt daarna een cocon in de grond en verpopt zich enkele weken later.

Waardplanten

Diverse kruidachtige planten en grassen; na de overwintering ook houtige planten.

Habitat

Habitat: Vooral kruidenrijke zones langs bosranden en open plekken in het bos.

Vliegtijd en gedrag

Juli-augustus in één generatie. De vlinders bezoeken ´s nachts bloemen van onder andere wilgenroosje, valse salie en kruiskruid en komen goed op smeer. De vlinders komen vaak pas later in de avond op licht.

België

Zeer zeldzaam. Komt lokaal voor in Luik, Luxemburg en Namen; één losse waarneming uit Antwerpen.

Mondiaal

Binnen Europa van de Pyreneeën noordelijk tot Schotland en het Zuidwesten van Noorwegen en zuidelijk tot Sicilië en het zuiden van Italië en de Balkan. Naar het Oosten tot Zuid-Rusland, Kasachstan en het Zwarte Zee-gebied.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in het waarnemingbestand Noctua. Hoe die berekeningen worden uitgevoerd staat te lezen op de pagina De berekeningen.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Engelse naam
Square-spotted Clay
Duitse naam
Rhombus-Bodeneule
Toelichting Nederlandse naam

ruituil

Meer over Nederlandse namen

Auteursnaam en jaartal
(Hübner 1813)

Nieuws

Geen resultaten.

Tijdschriften

Geen resultaten.

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie uilen (NOCTUIDAE)

gelijnde grasuil
Tholera decimalis

moeras-w-uil
Lacanobia splendens

bonte worteluil
Agrotis vestigialis

schijn-nonvlinder
Panthea coenobita

helmgrasuil
Mythimna litoralis

bonte daguil
Protoschinia scutosa

alle soorten uit deze familie