Zeer zeldzaam. Deze vlindersoort is voor het eerst waargenomen in 2007 in westelijk Zeeuws-Vlaanderen en wordt sindsdien af en toe in Zeeland gezien.
Voorvleugellengte: 12-13 mm. Deze onopvallende uil wordt gemakkelijk over het hoofd gezien. De grondkleur van de tamelijke smalle voorvleugel van deze uil is vaalbruin. Over de voorvleugel loopt een kenmerkende lichtere streep in de lengterichting. In deze lichtere streep liggen de ringvlek en de niervlek, die beide echter soms nauwelijks zichtbaar zijn en vaak gereduceerd tot zwarte stippen. De achtervleugel is glanzend wit met een smalle lichtbruine streep langs de voorrand; deze streep is in de hoek bij de achterrand breder en vervaagt richting de binnenrand. Het borststuk is vaak met een fijn kraagje afgescheiden van de kop.
22-26 mm. Lijf donker grijs, bijna zwart op de rug en onder het bleke subdorsale gebied, een bleek, vleeskleurig gedeelte onder de stigmata en een donkerbruine kop.
De huisuil (Caradrina clavipalpis) is bonter getekend en heeft donkere vlekjes langs de voorrand van de voorvleugel. Ook andere stofuilen zijn bonter en levendiger getekend en hebben een bredere voorvleugel. De vlinder lijkt enigszins op de Archanara (rietboorders)- en Nonagria (lisdoddeboorder)-soorten; deze zijn echter meer getekend en hebben bovendien alleen een generatie in het najaar. Lijkt ook sterk op de smalvleugelrietboorder (Chilodes maritima) die eerder in het jaar vliegt. Zie ook de bleke stofuil (A. gluteosa).
huisuil
Caradrina clavipalpis
NOCTUIDAE: Noctuinae
bleke stofuil
Athetis gluteosa
NOCTUIDAE: Noctuinae
Mei-juni en augustus-begin oktober in twee generaties. In het Zuid-Europa vliegt de soort al in maart, eventuele trekkers zouden dus al eerder gezien kunnen worden. De vlinders komen op licht.
Rups: juli-augustus en oktober-eind april. De soort overwintert als rups.
Diverse kruidachtige planten, waaronder weegbree, paardenbloem, zuring en moerasspirea.
Warme (vochtige) open plaatsen, duinen, bosranden, parken.
Zeer zeldzaam. Deze vlindersoort is voor het eerst waargenomen in 2007 in westelijk Zeeuws-Vlaanderen en wordt sindsdien af en toe in Zeeland gezien.
Zeer zeldzaam. Tot nog toe slechts twee waarnemingen in Wallonië (Luik, 1996 en Namen, 2011) en één in Vlaanderen (Leuven, 2014).
De vale stofuil komt voor in de zuidelijk helft van Europa. De laatste jaren wordt de soort ook af en toe waargenomen in Groot-Brittannië, Duitsland en Denemarken.
Actualiteiten
Ontdek meerBlijf op de hoogte
Ontvang vlindernieuwsWord donateur
Steun De Vlinderstichting
zwart weeskind
Mormo maura
kromzitter
Asteroscopus sphinx
grote worteluil
Agrotis ipsilon
tweestreepgrasuil
Mythimna turca
gele uil
Enargia paleacea
nazomeruil
Ammoconia caecimacula