Wild van Vlinders

Natuurlijke processen

Het boswitje is een van de doelsoorten

Het herstelplan legt de nadruk op het bevorderen van natuurlijke processen bij het herstel van leefgebieden voor bedreigde dagvlinders – en daarmee voor herstel van biodiversiteit. In gebieden waar natuurlijke processen, zoals extensieve begrazing, rivierduinvorming en bosvorming, zijn teruggebracht krijgen vlinderpopulaties de kans zich te herstellen.

Systemen worden weerbaarder tegen bedreigingen zoals klimaatverandering, behoeven in het vervolg minder intensief beheer en ook andere plant- en diersoorten profiteren. Het traditionele landgebruik, waar veel vlinders wel bij voeren, was in veel opzichten een afgeleide van de natuurlijke processen zonder menselijke invloed. Het moderne landgebruik staat daar ver van af. In grote natuurgebieden worden natuurlijke processen daarom weer op gang gebracht door herstel van de waterhuishouding, meer variatie in bosstructuur met ruimte voor dood hout en invloed van grote hoefdieren, zoals runderen, edelherten en wilde zwijnen – op termijn wellicht gevolgd door grote roofdieren. Daarbij geldt ook voor deze soorten dat zoveel mogelijk een natuurlijke dynamiek van populaties wordt nagestreefd, waarin ook dode dieren een rol te vervullen hebben.

Zorgvuldigheid en maatwerk

De uitgangssituatie van waaruit natuurlijke processen weer worden gestimuleerd is nog sterk door de mens gedomineerd. De aangetaste en versnipperde natuur is kwetsbaar. De overgang vraagt daarom om zorgvuldigheid en maatwerk. De vlinders en hun leefgebieden kunnen daarbij de weg wijzen naar de gewenste ontwikkeling.

Buiten de natuurgebieden vraagt het herstelplan om vlindervriendelijke verbindingszones door het agrarisch gebied en voor de ontwikkeling van stadsnatuur waarin ruimtelijke processen en vlinders dichtbij de mensen thuis zichtbaar worden.

Actie voor herstel

Herstel van natuurlijke processen op landschapsschaal

Het herstelplan geeft voor elk van de 31 soorten dagvlinders een overzicht van de ecologie, de vroegere en huidige verspreiding en een visie op herstel. De soorten zijn voor de overzichtelijkheid ingedeeld naar gemeenschappelijke leefgebieden: droge graslanden, droge bosranden, heischrale gebieden en heide, vochtige bossen, beekdalgraslanden en tenslotte stedelijk en agrarisch gebied.

Door heel Zuidoost-Nederland worden de kansen op een rij gezet zodat een agenda voor de komende jaren kan worden opgesteld – een levende agenda die zich leent voor het inspelen op de mogelijkheden in de toekomst. Daarbij richten de acties zich in eerste instantie, maar niet uitsluitend, op zes grotere gebieden waar al wordt gewerkt aan herstel van natuurlijke processen op landschapsschaal: de Maashorst, het Groene Woud, het Kempen~Broek, de Grensmaas, het Geuldal en de Gelderse Poort.

Soorten uit het herstelplan

De bedreigde soorten boswitje, grote weerschijnvlinder, kommavlinder en bruine eikenpage. Daarnaast een aantal andere bijzondere vlinders: keizersmantel (teruggekeerd), purperstreepparelmoervlinder (verdwenen) en kaasjeskruiddikkopje (nieuwkomer).

Voorgestelde acties

De belangrijkste voorgestelde acties voor herstel van de vlinderrijkdom in ZuidoostNederland zijn:

  • Natuurontwikkeling van droge en natte schrale graslanden op voormalige landbouwgrond
  • Herstel van natuurlijke structuur en soortensamenstelling van bossen en bosranden
  • Herstel van schrale tot matig voedselrijke graslanden en ruigten in beekdalen
  • Beheer sterker laten aansluiten op natuurlijke processen
  • Realiseren van (robuuste) verbindingen tussen leefgebieden
  • Terugbrengen van verdwenen vlindersoorten door zorgvuldig voorbereide herintroductie
  • Vlindervriendelijk beheer van bermen en watergangen in agrarisch gebied
  • Bevorderen van vlinderrijke infranatuur
  • Vlindervriendelijke klimaatbuffers
  • Aanleg van natuurlijke stadsparken

 

Lees meer over vlinderbescherming

 

De purperstreepparelmoervlinder kan wellicht terugkeren als zijn leefgebied wordt hersteld (foto: Marian Schut)