Nieuwsbericht

Geniet van het boomblauwtje in uw tuin

donderdag 2 april 2020

De coronacrisis houdt ons aan huis gekluisterd. Alleen in speciale gevallen gaan we nog op pad. Dat betekent dat we, meer dan ooit, kunnen genieten van het ontluikende voorjaar in de tuin. Zeker als de temperatuur wat hoger wordt en de zon volop schijnt, zoals afgelopen dagen, komen de boomblauwtjes los en die houden van tuinen!

De waarnemingen van het boomblauwtje vanaf 2015 zijn over het hele land verdeeld.

Het boomblauwtje is gelukkig geen zeldzaamheid. Je ziet ze uiteraard minder dan de zeer talrijke koolwitjes en ze zitten minder op nectarplanten zoals de dagpauwoog, die daar goed te bekijken is, maar overal waar bomen of struiken zijn in Nederland kun je ze aantreffen, ook en in het voorjaar misschien wel juist, in tuinen. Ze vliegen veel en je moet er dan ook een beetje op gespitst zijn om ze te zien. Je hoeft ze niet van dichtbij te zien om ze op naam te brengen, want als je nu, zo vroeg in het voorjaar, een blauwtje ziet is het vast en zeker boomblauwtje. Als dit ook nog middenin een stad of dorp is dan kan het helemaal niet anders, want andere soorten blauwtjes kom je daar niet tegen. De eerste zijn vorige week gemeld en de komende weken zullen er nog veel uit de pop komen en te zien zijn. Mannetjes patrouilleren op zoek naar vrouwtjes en vrouwtjes gaan, na de paring, op zoek naar plekken om hun eitjes af te zetten.

Het vrouwtje (links) is te herkennen aan de grote zwarte vleugelpunt, rechts het mannetje

Bloemknoppen

De onderkant van het boomblauwtje (hier op wilg) is zilvergrijs, met kleine zwarte spikkels

Vroeger heette het boomblauwtje vuilboomblauwtje en vuilboom (Rhamnus frangula) is inderdaad een van de waardplanten, waarop de rupsen kunnen overleven, maar er zijn er veel meer. De rupsen leven op tal van soorten bomen, struiken en heesters en ook wel op hoge stevige kruiden zoals kattenstaart. Voorwaarde is wel dat er bloemknoppen aan zitten, want daar zijn ze dol op. Boomblauwtjes hebben twee en soms drie generaties per jaar. De vrouwtjes die nu, in maart en april, vliegen gaan op zoek naar waardplanten die nu bloemknoppen hebben en dat zijn, naast inderdaad vuilboom, ook hulst en wegedoorn. De Engelse naam is Holly Blue, vertaald het hulstblauwtje. De vlinders van de volgende generatie die later in de zomer vliegt moeten op zoek naar andere soorten, want de eerdergenoemde hebben dan geen bloemknoppen meer. Gelukkig is er dan volop klimop te vinden en op deze plant worden in het najaar de meeste eitjes afgezet. We hopen dat u, in deze bizarre tijd, toch ook kunt genieten van die fraaie boomblauwtjes bij u in de tuin, op het balkon of in de straat.

Blauwtjes herkennen

In Nederland zijn zo’n tien soorten blauwtjes en daarvan zijn er maar drie die verspreid door het hele land te zien zijn. De andere zeven hebben maar één bepaald leefgebied of één bepaalde regio waar ze te zien zijn en dat scheelt natuurlijk ook al. Vaak zijn er maar vier of vijf kenmerken waarmee alle blauwtjes uit elkaar zijn te houden en als je weet welke dat zijn is er eigenlijk geen probleem meer. Op onze herkenningskaart Blauwtjes zijn die kenmerken te vinden.

Download de herkenningskaart

Boomblauwtje coronavirus tuinen