Doe mee aan het Meetnet Nachtvlinders

Lees hieronder meer over hoe het opzetten van het meetpunt in zijn werk gaat.

Meetpunt aanmaken

Kies een plek

De plaats waar het meetpunt komt bepaal je zelf. Let op! Als de locatie eenmaal gekozen is, ligt het meetpunt inclusief de lamp vast. Er kan veel verschil zijn tussen de soorten nachtvlinders die worden gevangen op een kleine locatie, en daarom moet de val altijd op dezelfde plek worden neergezet binnen een oppervlak van 2×2 meter. Wil je het meetpunt op een later moment verplaatsen buiten dat denkbeeldige vierkant, dan wordt dat een nieuw meetpunt. Ook als je op dezelfde plek wilt vangen met een andere lamp dan wordt dit een ander meetpunt. Let er dus goed op dat het meetpunt direct op een geschikte plaats is.

Als je de val op een plek wilt neerzetten die niet in eigendom is van jezelf, vraag dan toestemming aan de eigenaar van het gebied. Als je in een natuurgebied gaat staan, is een vergunning nodig. Via de verspreidingsatlas kun je van veel natuurgebieden de beheerder en diens contactgegevens vinden. Houd rekening met buren en informeer of zij er last van hebben (alleen van toepassing bij de sterkere lampen).  Meer meetpunten bij elkaar in de buurt is mogelijk. Maak dan wel voor elke val een nieuw meetpunt aan. Plaats de vallen in een open omgeving, minstens 100 meter uit elkaar en in een bosrijke omgeving, of bij een bomenrij minstens 60 meter uit elkaar. 

Welke val wordt er gebruikt?

Gebruik voor het meetnet alleen een lichtval. Gebruik voor je meetpunt elke keer dezelfde val en lamp. Je kunt een skinnerval kopen of zelf maken, met een HPL, ML of Sylvania lamp. Je kunt een LedEmmer kopen bij De Vlinderstichting. Als je die voor het meetnet gaat gebruiken, bespaar je flink in de prijs!

Waarom meten met een val? 

Het tellen van nachtvlinders gebeurt met een nachtvlinderval. Dit is een goede manier omdat hiermee de gevangen nachtvlinders systematisch geteld kunnen worden. Alle omstandigheden tijdens het vangen (val-type, lampsoort, locatie, duur van het vangen) zijn steeds hetzelfde en bekend. De manier van het tellen van de vlinders is steeds hetzelfde waarbij het van belang is dat vlinders binnen en buiten de val apart geteld worden. Doordat je de vlinders altijd op dezelfde manier vangt, kunnen aantalsontwikkelingen van soorten over een langdurige periode goed worden bepaald. 

Bij losse waarnemingen, bijvoorbeeld met laken en lamp, is de duur van het tellen en de manier waarop de vlinders geteld worden per teller en telling verschillend. Wanneer wel een val is gebruikt, maar niet via de gestandaardiseerde methode is geteld, is vaak niet duidelijk welke val en lamp zijn gebruikt, of de val de hele nacht heeft aangestaan en of de ingevoerde vlinders in de val of buiten de val zaten. Deze laatste gegevens zijn prima geschikt voor verspreidingsonderzoek, maar in mindere mate voor onderzoek naar aantalsontwikkelingen.  

Het meetpunt kan je niet zelf aanmaken in ons systeem. Als je een LedEmmer koopt maak je een meetpunt aan via het formulier dat je invult voor de aanschaf van een LedEmmer.

De val plaatsen

Je zet je val voor zonsondergang zodat de lamp de hele nacht brandt. Sommige vlinders, zoals wortelboorder, vliegen voornamelijk in de avondschemer, terwijl andere juist pas vanaf 3 uur ‘s morgens vliegen. Tip: probeer de val op een verhoging te plaatsen zodat de lamp verder schijnt, en muizen en mieren niet bij kunnen. Regen? De meeste vallen kunnen best wat regen hebben (behalve de lampen die heet worden), de LedEmmer zeker. Droog ze wel na een vangnacht. Leg een eventuele powerbank in een plastic zak op een baksteen in de LedEmmer, en leg bijvoorbeeld een handdoek opgevouwen onderin.

Hoe vaak en wanneer?

Je plaatst je val het liefst het hele jaar rond eens in de twee weken, vaker mag ook. Als dat niet helemaal lukt is het geen probleem, ook niet als je even met vakantie bent. In het vroege voorjaar en late najaar vliegen er voornamelijk soorten waarvan de rupsen van bomen en struiken leven. Hier kan je dan wel leuke aantallen vangen, maar in het stedelijk gebied met weinig bomen zullen de aantallen dan laag zijn. Je mag de val altijd plaatsen. Heb je beperkte tijd/zin? Probeer dan de beste nacht uit te kiezen. Om de nachtvlinders even rust te geven om voort te planten is het handig om niet élke nacht te vangen.

De val legen

Leeg de val voordat de zon erop komt te schijnen, het liefst zo vroeg mogelijk. Als de zon op de val komt dan warmen de vlinders op en vliegen weg bij het openen van de val. Lukt het niet om meteen alles op naam te brengen of wil je eerst even verder slapen? Zet de val dan dicht en noteer/fotografeer/vang alvast alle vlinders buiten de val. Een strip of tennisbal (bij rond gat) kan helpen om de val dicht te zetten. Of doe alvast een (niet geïmpregneerde) klamboe eroverheen, die kan je ook gebruiken bij het legen*. Probeer alle vlinders op naam te brengen en te tellen. Stop ze eventueel eerst even in potjes zodat je rustig kunt bekijken. Eventueel kan je de potjes even in de koelkast plaatsen. Dan worden ze rustig. Schrijf in ieder geval alle macro nachtvlinders (alle soorten, op aantal) op en voer ze in op meetnet.vlinderstichting.nl. Geef aan welke je in de val hebt gezien, welke buiten de val. Ken je ze niet allemaal? Zorg dat je in ieder geval van alle onbekende vlinders een foto maakt, maar in het begin is het fijn als we met alle vlinders mee kunnen kijken doordat je een foto bij de waarneming invoert. Als je snel wilt weten wat iets is: gebruik Obsidentify of stuur je foto naar vragen@vlinderstichting.nl, daar zitten enthousiaste vrijwilliger experts die graag vragen beantwoorden over welke soort je hebt gezien.

Laat de vlinders weer los als je ze gedetermineerd en gefotografeerd hebt. Doe dit niet steeds op dezelfde plek, vogels hebben dat namelijk snel door.

*Als je een val meteen ’s morgens vroeg leegt, en je bent snel en handig, is een klamboe niet nodig. Kijk wat voor jou werkt.

Determineren

De makkelijkste manier om nachtvlinders te determineren is met een beeldherkenningsapp zoals Obsidentify of met waarneming.nl op de computer. Bekijk het dan nog even op onze website of in het boek Nachtvlinders van Waring en Townsend. Kom je er echt niet uit? Stuur hem naar vragen@vlinderstichting.nl (met foto). Je kunt hem ook invoeren als macronachtvlinder of micronachtvlinder onbekend, met foto.

Tellingen invoeren

Waarnemingen via andere invoerportalen worden niet gebruikt voor de trends.

Microvlinders en andere insectengroepen

Als je de microvlinders ook kent, of ze goed kan fotograferen, kun je optioneel ook deze soorten apart doorgeven. Deze aanpassing kan je zelf doorvoeren onder de instellingen in het meetnet.

Zilveroogje. Foto: Rudolf Bryner

Andere insectgroepen

Net zoals bij de microvlinders kun je sinds 2024 ook enkele andere insectengroepen invoeren: haftenschietmottengaasvliegenplooivleugelwespen en bladsprietkevers. Moeite met herkenning? Voer de waarnemingen ook in op Waarneming.nl via ObsIdentify of ObsMapp om de beeldherkenningssuggestie te raadplegen. Je kunt je vondsten natuurlijk ook determineren via de entomologische tabel Schietmotten, de soortzoeker Haften van het LaaglandBruine gaasvliegen en Groene gaasvliegen. Via de instellingen in het meetnet kun je zelf de extra soortgroepen aanzetten.

Links naar tijden zon- en maanstanden

Lege val? Wel invoeren!

Het is voor het meetnet belangrijk om trends te krijgen. Zie je weinig? Dat geeft in principe voor het meetnet niet, het gaat niet om hoeveelheden. Heb je een nacht wel je val geplaatst, maar geen nachtvlinders gezien? Ook dat is voor ons belangrijk om te weten. Wie weet is het wel een teken van het feit dat het daar slecht gaat met de nachtvlinders. Of heeft je gemeente een bestrijdingsmiddel gebruikt. Voer dus ook die nachten in!

Rustig even nalezen?

Hier vind je een pdf met de korte handleiding voor het meetnet nachtvlinders.

Meer leren over nachtvlinders?

Ben je enthousiast geworden en wil je meer leren over nachtvlinders?