Nieuwsbericht

Zeer zeldzaam herfstpapegaaitje gezien

woensdag 2 oktober 2013

De afgelopen weken zijn er diverse meldingen geweest van zeldzame nachtvlinders. Zo werd in op Terschelling en in Castricum een herfstpapegaaitje gezien, die de laatste vijftig jaar maar een keer of tien was gemeld en in de Amsterdamse Waterleidingduinen een zwart

Op 14 september vond Frank London, naast de lamp bij de voorkeur een spannertje, dat hij in een potje deed om hem op naam te kunnen brengen. Dat kostte nogal wat moeite, maar uiteindelijk bleek het een herfstpapegaaitje (Chloroclysta miata) te zijn. De determinatie werd ook door anderen bevestigd. Marcel Kok meldde vier dagen later op Waarneming.nl de vondst van de vlinder bij Castricum. Over de manier waarop schreef hij: “Aan het einde van een donkere, regenachtige, werkdag tijdens het afsluiten van mijn kantoor, valt mijn oog op een vlindertje wat tegen de onderzijde van het kozijn op het glas zit. Niets anders bij de hand dan mijn broodtrommel, waarin ik de vlinder vang en 'm mee naar huis neem. Vlinder totaal vergeten totdat ik mijn broodtrommel in de afwasmachine deponeer en de vaatwasser laat draaien. Op het moment dat ik wegloop bedenk ik me dat die vlinder er nog in zit... Snel de afwasmachine opengetrokken. Gelukkig zat de vlinder nog steeds aan de binnenzijde van de trommel en was hij nog niet verzopen. Zit je regelmatig een avond met je lakentje, lamp en lichtval om een paar mooie vlindertjes te lokken ontdek je een bijzonder exemplaar op deze manier.”

Het herfstpapegaaitje wordt maar erg weinig gemeld. Na 1990 is de soort volgens Noctua, het nachtvlinderbestand van de Werkgroep Vlinderfaunistiek en De Vlinderstichting, gezien in Schiedam (1991), Rockanje (1992), Rheden (1994), Bennekom (1995), Heerde (2005) en Monster (2010). Waarom de soort zo weinig voorkomt is niet duidelijk, want hij heeft diverse loofbomen, met een voorkeur voor berk en wilg als waardplant en rupsen kunnen ook leven op bosbes, heel veel voorkomende planten dus.

Dat geldt ook voor de zwarte witvleugeluil (Aporophyla nigra), waarvoor diverse kruidachtige en houtige planten, waaronder klaver, zuring en struikhei, maar ook grassen worden genoemd als voedsel voor de rupsen. De zwarte witvleugeluil is de laatste tien jaar alleen gemeld uit de drie zuidelijke provincies Limburg, Noord-Brabant en Zeeland en van de Haterse vennen in het uiterste zuiden van Gelderland. Opvallend dus dat Ben Kruijsen afgelopen weekend een vrouwtje aantrof op smeer in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Zowel de zwarte witvleugeluil als het herfstpapegaaitje kunnen de komende weken nog gezien worden en we zijn erg benieuwd of ze op nog meer plaatsen worden aangetroffen.

Herfstpapegaaitje