Nieuwsbericht

Al bijna 100 veenhooibeestjes gevonden

maandag 13 mei 2013

Er zijn alweer bijna 100 veenhooibeestjes gezien – rupsen wel te verstaan. De teller staat na een zoekactie op Hemelvaart in de boswachterij Hooghalen op 95. “Ik voel me bij het zoeken soms net een luizenmoeder” zegt student Stefan Pronk, die er zijn afstudeeronderzoek aan wijdt, “maar met het verschil dat je er geen genoeg van krijgt. Het werkt gewoon verslavend!”

Het veenhooibeestje overwintert als rups in pollen van vooral eenarig wollegras. In het voorjaar maken ze vanaf april tot eind mei de grootste groei door. De rupsen worden gezocht om meer inzicht te krijgen in het leefgebied van deze bedreigde soort. In de jaren ’80 en ’90 is het veenhooibeestje op veel plaatsen in Nederland verdwenen. Dit kwam deels door verdroging van de leefgebieden: de overgangen tussen natte heide en hoogveen. Maar deels ook door een te abrupt doorgevoerde vernatting ervan, juist met het oog op herstel. De rupsen verdrinken bij een te snelle verhoging van het waterpeil.

In Drenthe komen de laatste populaties van het veenhooibeestje in Nederland voor. Terreinbeheerders houden bij herstelbeheer steeds beter rekening met de kleine fauna. Zowel Staatsbosbeheer in de boswachterij Hooghalen als Natuurmonumenten in het Fochteloërveen hebben de vernatting gefaseerd en geleidelijk doorgevoerd. Het veenhooibeestje heeft daar heel goed op gereageerd. Nu Staatsbosbeheer verdere plannen voor vernatting heeft, wil boswachter Pauline Arends dat die ontwikkeling voor het veenhooibeestje ook positief blijft. Het onderzoek levert in dat kader een beter zicht op de relatie tussen de waterhuishouding en het voorkomen van het veenhooibeestje.
Het veenhooibeestje is een van de bedreigde vlindersoorten van de campagne Tienvoor12.

Veenhooibeestje