Nieuwsbericht

Matig jaar pimpernelblauwtjes, maar wel op meer plekken.

dinsdag 4 december 2012

De zomer van 2012 was niet geweldig voor veel vlindersoorten, ook niet voor de pimpernelblauwtjes. De aantallen vlinders in de Moerputten bij Den Bosch lagen weliswaar iets hoger dan in 2011, maar nog steeds ruim minder dan de jaren daarvoor.

In 2011 was er een afname tot een kwart van de aantallen van het jaar daarvoor. Deze achteruitgang is gelukkig gestopt, maar de aantallen zijn minder toegenomen dan gehoopt. Er hebben alles bij elkaar ruim 1000 vlinders gevlogen. Het lopen van de monitoring route leverde een ontmoeting met gemiddeld genomen 37 blauwtjes per telling op, tegen 32 in 2011. Dat zijn er nog geen 138 zoals in het topjaar 2010, maar een verdere achteruitgang is gestopt. Twee jaar achter elkaar met niet al te hoge aantallen vlinders is trouwens goed voor de moerassteekmieren. In hun nesten overwinteren de rupsen van het pimpernelblauwtje. In het nest verorbert een rups zo’n 250 mierenlarven en veroorzaakt daarmee flinke schade aan de toch al relatief kleine nesten van hun gastmieren. In twee zomers met weinig mee-eters krijgen de mieren de kans om grotere nesten op te bouwen en door splitsing een hoge dichtheid te bereiken. Hierdoor kan de populatie van het blauwtje de komende jaren mogelijk ook weer groeien.

Hoewel er dus niet heel veel vlinders vlogen was wel de uitbreiding buiten de Bijenwei op de Moerputten prima. Op alle hooilanden die in 2010 en 2011 gekoloniseerd werden, zijn de vlinders weer gezien, al waren de aantallen ook daar laag. In de Moerputten komen de pimpernelblauwtjes nu behalve op de Bijenwei, op drie andere hooilanden voor. Ook bij het Drongelens Kanaal hebben we drie blauwtjes waargenomen, waarvan een op een plek waar nooit eerder deze soort is gezien. Ook de klein populatie op de Ruidigerdreef heeft zich gehandhaafd. Een kernpopulatie met vijf kleine satellietpopulaties is het begin van een metapopulatie. De overlevingskans van vlinders wordt vergroot als er meer vliegplaatsen zijn die onderling zijn verbonden. Het lot van een enkele populatie bepaald dan niet of de soort op lokale schaal verdwijnt. In de toekomst zal er veel werk voor deze vlinders en het leefgebied worden verricht binnen het LIFE+ project “Blues in the Marshes” (LIFE+11/NAT/NL/000770). In dit project zetten Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, De Vlinderstichting, Waterschap Aa en Maas en de gemeente Heusden zich samen in om zeldzaam geworden blauwgraslanden te herstellen en om de waterberging in het gebied te verbeteren. Meer informatie is te vinden op deze speciale website van de Vlinderstichting en op de projectwebsite.