Nieuwsbericht

Opmerkelijk in 2011: dagvlinders

zondag 1 januari 2012

Nu 2011 achter ons ligt een selectie uit berichten van het afgelopen jaar over dagvlinders.  Opmerkelijk onder andere het verschijnen van braamparelmoervlinder en staartblauwtje maar ook heivlinder die het al vele jaren slecht doet.

Nieuw in Nederland: braamparelmoervlinder

In de Nederlandse provincie Limburg is in juli een braamparelmoervlinder waargenomen. Deze soort is nog nooit eerder in Nederland vastgesteld, maar breidt zich de afgelopen jaren in Duitsland, Frankrijk en België naar het Noorden uit. Op 2 juli werd een redelijk verse vlinder gezien in Zuid-Limburg. Het is nog onduidelijk of het de voorbode is voor een vestiging van deze soort in Nederland of dat het gewoon een eenmalige waarneming zal blijken te zijn. Er lijken zowel in Nederlands als Belgisch Limburg genoeg goede leefgebieden voor de braamparelmoervlinder te zijn. Het is een soort van bloemrijke plaatsen met struiken en van open plekken in het bos. De waardplant waarop de rupsen zijn gespecialiseerd is, zoals de naam al verraad, braam. Zowel gewone braam als framboos worden genoemd en deze zijn beide in voldoende mate beschikbaar. Het lijkt voor de hand te liggen dat het veranderende klimaat een rol speelt bij het steeds verder noordelijk opduiken van de braamparelmoervlinder. 

Staartblauwtje terug sinds 1933

Ook het staartblauwtje is weer in Nederland aangetroffen. De laatste waarneming van deze vlindersoort dateerde uit 1933, dus van bijna 80 jaar geleden, maar nu is hij terug. Het werd al verwacht, want in de ons omringende landen was de soort met een opmars bezig. Op zaterdagochtend 20 augustus werden drie staartblauwtjes ontdekt bij een voormalige vuilstortplaats ten noorden van Maastricht. Later in de middag werden de blauwtjes niet teruggevonden, ondanks gericht zoeken met meerdere mensen. Groot was de verrassing toen aan het begin van de middag ook op de Sint-Pietersberg ten zuiden van Maastricht een staartblauwtje werd ontdekt. Uiteindelijk bleken daar drie mannetjes en twee vrouwtjes rond te vliegen. Later op de dag bleek dat er 's morgens ook in Montfort (Midden-Limburg) een staartblauwtje was waargenomen en gefotografeerd. In de erop volgende dagen werden, zowel op de Sint-Pietersberg als in Montfort, opnieuw vlinders aangetroffen en werden ei-afzettende vrouwtjes gezien, zodat het om een echte vestiging lijkt te gaan.  In september werd er ook nog een mannetje gezien in Renkum.

Heivlinder al lang in de problemen

Het is niet alleen maar positief nieuws. De heivlinder zit al veel langer in de problemen dan we al wisten. Uit de gegevens van vrijwilligers van het meetnet dagvlinders weten we hoe de vlinder het vanaf 1990 doet. Met een nieuwe statistische methode lukte het medewerkers van het Centraal Bureau voor de Statistiek en De Vlinderstichting om oude gegevens te ontsluiten. De heivlinder, een soort van heide en schrale duingraslanden, blijkt al sinds 1950 in de problemen te zitten, schreven medewerkers van het CBS en De Vlinderstichting in het oktobernummer van Ecological Applications. Arco van Strien van het CBS: “Vanaf dat jaar kreeg de soort steeds meer moeite om heideterreintjes, waaruit hij om de een of andere reden verdween, opnieuw te koloniseren. Oorzaak is dat de heide meer en meer versnipperd raakte”. De gebruikte methode, occupancy modellen of trefkansmodellen, zijn nieuw en maakt onderscheid tussen kolonisatie van nieuwe terreinen en de overleving in bezette terreinen. Dankzij de nieuwe methode kunnen de onderzoekers de vele verzamelde gegevens van vroeger alsnog gebruiken om inzichten te krijgen in het verleden van veel vlindersoorten.