Nieuwsbericht

Uitspraak Raad van State steunt groene glazenmaker.

woensdag 13 september 2017

Het Rijk moet in Groningen verlies aan habitat van de groene glazenmaker compenseren door in de nabijheid vervangend leef- en voortplantingsgebied aan te leggen. Aldus heeft de Raad van State geoordeeld in een uitspraak van 23 augustus 2017 in een juridische strijd die nu al negen jaar duurt en waarin Platform Berend Botje opkomt voor de rechten van de beschermde libel groene glazenmaker.

Leefgebied groene glazenmaker voor de ingreep (foto: Gerard Dutmer)

In 2008 werd begonnen met de aanleg van het deel van de vaarroute Van Turfvaart naar Toervaart via het Westerdiepsterdallenkanaal van Veendam naar het Kielsterdiep in Kiel Windeweer. Hierbij ging biotoop van krabbenscheer, de enige plant waarin de beschermde libel groene glazenmaker haar eieren legt, verloren. In een eerdere uitspraak was bepaald dat het Ministerie van EZ, provincie Groningen en Platform Berend Botje samen met een nieuwe locatie zouden komen die geschikt zou kunnen worden gemaakt voor krabbenscheer en groene glazenmaker. Dit lukte niet mede door de, later onwaar gebleken, bewering van de provincie Groningen dat het waterschap hieraan niet zou willen meewerken. De provincie kwam met twee nieuwe voorstellen, een financiële bijdrage aan onderzoek en een bijdrage aan het Groninger Landschap voor aanleg van nieuwe petgaten bij de Lettelberterpetten, nabij Leek. Platform Berend Botje wees beide alternatieven af met als argument dat onderzoek aan krabbenscheer geen compensatie voor de verloren gegane habitat is en dat de Lettelberterpetten te ver weg zijn.

Het nieuw aangelegde kanaal (foto: Gerard Dutmer)

De Raad van State is het hiermee eens en heeft nu bepaald dat het ministerie binnen twaalf weken met een nieuwe vervangende locatie moet komen in de nabijheid van het verloren gegane leefgebied. Bovendien heeft de Raad van State de provincie Groningen aangesproken op het feit dat deze het Westerdiepsterdallenkanaal al had aangelegd zonder onherroepelijke ontheffing en voordat de ontheffing in rechte vaststond. Daardoor komt het project, de aanleg van de vaarroute, voor rekening en risico van de provincie. Er zijn grote bedragen met de aanleg van het Westerdiepsterdallenkanaal gemoeid. Het had daarom op de weg van de provincie gelegen om met de aanleg te wachten tot de ontheffing onherroepelijk zou zijn. Er kan minder snel worden opgetreden tegen een overtreding naarmate deze grootschaliger is. De volledige uitspraak van de Raad van State is hier na te lezen.

Tekst: Gerard Dutmer, adviseur Stichting Platform Berend Botje

libellen