Nieuwsbericht

Wintervlinders

maandag 20 november 2017

Wintervlinders: ze verschijnen pas na de eerste nachtvorst en blijven ongeveer tot begin januari. De kleine wintervlinder is de meest voorkomende. Deze kun je nu vrijwel overal in Nederland tegenkomen. Heel bijzonder: het vrouwtje van de kleine wintervlinder heeft geen vleugels!

Wintervlinders

Het mannetje (onder) heeft opvallende vleugels, het vrouwtje is vleugelloos (foto: Jeroen Voogd)

Je kunt ze toevallig tegenkomen op het keukenraam, op de verlichte foto in het bushokje, in een fietstunneltje met een lamp, of op een flatgalerij: de kleine wintervlinder. Deze nachtvlinder komt overal in Nederland voor; het meest talrijk zijn ze in bosachtige streken en op de zandgronden. 

Met de zaklamp op zoek

De vlinders zijn vooral aan het begin van de avond goed te vinden. Mannetjes zitten dan op de stammen van bomen en hebben hun vleugels omhoog boven hun lijfje, zodat ze als 'vlaggetjes' oplichten als je met een lantaarn de bomen afzoekt. Soms kun je op een boom zo twintig tot dertig kleine wintervlindermannen aantreffen. Deze mannen wachten geduldig op de vrouwtjes, die zich onder de boom tussen het strooisel hebben verpopt.

Vleugelloze vrouwtjes

De vrouwtjes van de kleine wintervlinder zijn bijzonder: ze hebben namelijk helemaal geen vleugels! Je zal ze dan ook niet snel herkennen als vlinder. Maar de mannetjes hebben hun ogen ook niet nodig: zij kunnen de vrowutjes als van grote afstand ruiken.

Kort leven

Als de vrouwtjes, die dus niet kunnen vliegen, uit de pop komen, kruipen ze langs de boomstam op naar boven. Daar kunnen ze de wachtende mannetjes bijna niet missen. Het vrouwtje zoekt een geschikte partner en paart met hem, zodat haar eitjes bevrucht worden. Na de paring kruipt ze verder omhoog om bovenin de boom hun eitjes te leggen. Voedsel hebben ze niet nodig, want ze hebben als rups zoveel gegeten dat ze hun korte vlinderleven prima zonder kunnen. Na het leggen van de eitjes is het vrouwtje verzekerd van nageslacht: zij zal kort daarna sterven. 

Rupsen van de kleine wintervlinder

De eitjes in de winter worden gelegd, komen pas uit op het moment dat de knoppen in het voorjaar uit gaan lopen. De jonge rupsjes hebben namelijk heel jong en mals blad nodig. Dat de bladeren snel dikker en harder worden, is geen probleem. De rupsen groeien en kunnen dan vanzelf ook wat steviger blad aan. Deze timig is geen toeval: de rupsen van de kleine wintervlinder zijn er volop op het moment dat de koolmezen hun jongen hebben en er dus heel veel voedsel nodig is. Zonder kleine wintervlinders zouden we heel veel minder koolmezen hebben!

KleineWintervlinder tellen waarnemingen winter