Nieuwsbericht

Vlinders in tijden van klimaatverandering

woensdag 15 juli 2015

De klimaatverandering laat zich dit jaar wel duidelijk zien. Na het zachtste jaar ooit volgde een van de droogste voorjaren met een flinke hittegolf bij het begin van de zomer: zowel opwarming als extreem weer dus. Dagblad Trouw wijdt er een artikelenserie aan. Daarin vandaag aandacht voor de vlinders via een interview met Michiel Wallis de Vries van De Vlinderstichting en Wageningen University.

De duidelijkste signalen van klimaatverandering bij de vlinderfauna zijn dat mobiele soorten zich steeds noordelijker laten zien. De gehakkelde aurelia verovert Lapland en het kaasjeskruiddikkopje is via het Maasdal Nederland binnengekomen. Maar niet alle soorten schuiven zo makkelijk mee. Gemiddeld blijken de dagvlinders maar half zo snel noordwaarts op te schuiven als de temperatuur. Voor de meeste soorten is 5 kilometer al een hele afstand. Dit zijn vooral soorten van de schrale milieus van vroeger: bloemrijke hooilanden, heiden en venen. Omgevingen die van oudsher veel voorkwamen en weinig veranderden – en dus met soorten die niet zo makkelijk gaan zwerven. In het moderne landschap hebben die soorten het extra moeilijk: het leefgebied verdwijnt en bovendien schuift het ook nog eens naar het noorden toe!

Ook op microniveau veranderen de omstandigheden. De plantengroei begint door de opwarming eerder in het jaar, maar voor rupsenactiviteit blijft het dan nog te koud. Die hebben in het voorjaar de zonnewarmte nodig. En doordat het plantendek zich al snel sluit - en met alle meststoffen in de omgeving gaat dat alleen maar sneller - wordt het voor de rupsen steeds moeilijker om zich goed te ontwikkelen. Alleen enkele soorten, zoals bovengenoemde gehakkelde aurelia, hebben daar geen last van: die overwinteren als vlinder en leven van de volop aanwezige brandnetels. En omdat brandnetels van nature veel schaarser waren, zijn ze gewend om kilometers te trekken om ze te vinden.
Kunnen we nu wat doen om ook de bedreigde vlinders ‘klimaatbestendig’ te maken? Ja, gelukkig wel. Dan moeten we het landschap daarop goed inrichten. Dat kan door meer ruimtelijke samenhang, door het vasthouden van regenwater en door te zorgen voor meer variatie op kleine schaal. En dat niet alleen in natuurgebieden. Zelfs in de stad bieden groene daken daarvoor mogelijkheden. Aan de slag dus!

Lees het artikel.

GehakkeldeAurelia