Nieuwsbericht

Nieuwe dagvlinder in Nederland: het scheefbloemwitje

maandag 28 september 2015

Voor de kenners zat het er al aan te komen, en zondag 27 september 2015 was het zover: het eerste scheefbloemwitje werd bij het Fort Sint Pieter bij Maastricht waargenomen door Pieter Vantieghem. Een nieuwe dagvlindersoort voor Nederland.

Pieter schrijft:
'Het stond in de sterren geschreven dat Scheefbloemwitje, Pieris mannii, één van de jaren in de lage landen zou opduiken. De soort is al sinds 2008 aan een opmars bezig van uit het zuiden door de Rijnvallei naar het noorden. De vraag was of de soort eerst in Nederland of eerst in België zou verschijnen. Onverwacht vond ik vandaag een compromis door als Belg de soort in Nederland te vinden. Vrouwtje Scheefbloemwitje op de Sint-Pietersberg in Maastricht. De zwarte vlek in de vleugeltop loopt langs de achterrand naar beneden door tot ader 3 en is door bestuiving verbonden met de hoekige middenstip. Bij klein koolwitje blijft de topvlek langs de achterrand boven de hoogte van de middenstip.'

Herkenning

Voor een illustratie van de verschillen tussen het klein koolwitje en het scheefbloemwitje gebruiken we de illustratie van een Duitse pagina:

  • bij het klein koolwitje is de zwarte vlek op de voorvleugel rond, bij het scheefbloemwitje rechthoekig en groot (rood omcirkeld)
  • trek je een gedachtenlijntje tussen die vlek en de rand van de zwarte puntvlek (rode streep), dan loopt die schuin naar boven bij het klein koolwitje en min of meer recht bij het scheefbloemwitje.
  • de vleugelpunt van het klein koolwitje is spits, bij het scheefbloemwitje is hij meer afgerond

Onderkant

Voor de onderkant: bij het scheefbloemwitje is de bestuiving aan beide kanten van de middencel ongeveer even dicht, terwijl die bij het klein koolwitje aan de onderrand van de middencel duidelijk verdicht is.

Van rotsen naar tuinen
Wat is er met deze soort aan de hand? Tot 2008 was dit een vlinder van steile en rotsachtige berghellingen. De dichtsbijzijnde locaties lagen in de Alpen of verder weg. Toen werd hij geheel onverwacht gevonden in de buurt van Zürich, ver weg van zijn normale leefgebied. Toen bleek hij ineens heel algemeen in dorpen en steden. De foto hiernaast toont een typische vindplaats: rotstuintjes met scheefbloem (of verwanten). Hij heeft deze rotstuintjes dus ontdekt als nieuw leefgebied. Vanaf dat moment gaat het snel. Dankzij vijf generaties per jaar kan de soort zich razendsnel noordwaarts uitbreiden. Dat leidt ertoe dat de vlinder in 2014 gevorderd is tot Midden Duitsland. We rekenden in de komende jaren dan ook met een eerste scheefbloemwitje, maar dat Pieter hem al in 2015 zou vinden is toch onverwacht snel.

Ook bij ons kan het scheefbloemwitje zich vast handhaven in dorpen met tuintjes met scheefbloem. Allemaal snel naar het tuincentrum, want wie wil hem nu niet in zijn tuin? Tot dan: geef al uw waarnemingen door op telmee.nl of waarneming.nl.

Scheefbloemwitje