Nieuwsbericht

Klimaatverandering en vlinders

maandag 30 november 2015

Nu, in de aanloop naar de klimaattop in Parijs, is het weer zeer actueel: klimaatverandering. Inmiddels is er geen twijfel meer of het klimaat verandert, maar we weten nog lang niet precies welke gevolgen dit zal hebben op planten en dieren.

Voor dagvlinders zijn modellen ontwikkeld die beschrijven hoe het klimaat in Europa in 2050 en 2080 zal zijn en of het dan geschikt is voor een bepaalde soort of niet. Uit deze studie, waaraan ook onderzoekers van De Vlinderstichting hebben meegewerkt, blijkt dat met name in Zuidoost Europa het klimaat voor veel vlindersoorten ongeschikt zal worden en deze zullen daar niet meer kunnen overleven. Tegelijkertijd zien we dat in Nederland zodanige veranderingen worden voorspeld, dat het klimaat hier voor een flink aantal soorten juist geschikter zal worden.

Dat betekent natuurlijk niet dat die soorten dan ook hier zullen voorkomen, want dat is van meer afhankelijk dan alleen klimaat. Zijn de waardplanten, waarop de rupsen zijn gespecialiseerd, aanwezig, is het leefgebied geschikt en is de vlinder zo mobiel dat hij, vanuit het leefgebied verder zuidelijk in Europa, ook hier kan komen? Voor een mobiele vlinder die waardplanten heeft die algemeen voorkomen en bijvoorbeeld ook in wegbermen groeien zal het mee migreren met klimaatverandering niet zo’n groot probleem zijn. We zien dat ook gebeuren, want de laatste jaren zijn soorten als kaasjeskruiddikkopje en staartblauwtje, die rode klaver als waardplant heeft, in ons land verschenen en ze lijken zich er ook prima te kunnen handhaven. Maar naast soorten waarvoor het klimaat hier verbetert, zullen er ook zijn waarvoor Nederland minder geschikt wordt. Over 50 jaar zullen soorten als veenbesparelmoervlinder, zilveren maan en koevinkje het hier erg moeilijk hebben.

Maar we hoeven niet perse vijftig jaar vooruit te kijken, ook nu zien we al de gevolgen van klimaatverandering op onze vlinders. Er speelt namelijk meer dan alleen temperatuurverhoging. Een van de gevolgen is ook dat er vaker en grotere weersextremen optreden. We zullen vaker te maken krijgen met heftige droogte, hittegolven, koude perioden en extreme natte perioden. Een soort als het gentiaanblauwtje kan juist door die extremen bedreigd worden. Het klinkt tegenstrijdig, maar gentiaanblauwtjes verdrinken door verdroging. De rupsen van gentiaanblauwtjes eten van klokjesgentiaan, een zeldzame plant van vochtige en natte heideterreinen. Door verdroging zijn grote delen van de hei ongeschikt geworden voor klokjesgentiaan. Deze kunnen alleen overleven op de allerlaagste stukjes. Als er dan een extreem natte periode optreed in de zomer staan de planten letterlijk tientallen centimeters onder water en kunnen ze dus niet worden gebruikt door het gentiaanblauwtje. Zo zijn er ongetwijfeld nog veel meer ‘indirecte’ gevolgen, maar veel van dit soort verbanden zullen we pas herkennen als de klimaatverandering doorzet en wellicht zijn we dan te laat om er adequaat op te kunnen reageren. Het is dan ook te hopen dat in Parijs afspraken worden gemaakt en dat het niet blijft bij woorden, maar dat er snel actie wordt ondernomen.
De ‘Climatic Risk Atlas of European Butterflies’ kunt u hier downloaden.

klimaat temperatuurstijging