Nieuwsbericht

Vrijdag Vlindernamendag: het kameeltje

vrijdag 27 april 2018

Elke vrijdag krijgt één vlinder speciaal de aandacht vanwege de opvallende naam. Deze is apart, vreemd, gek of bijzonder. De archieven worden doorzocht op zoek naar sporen waarom dit insect toch zo’n aparte naam heeft gekregen. Vandaag: het kameeltje.

Het kameeltje (foto: Freek Nijland)

Kameeltje

Het kameeltje uit de Vlinderatlas van Hoogeveen

Dat deze vlinder kameeltje wordt genoemd heeft niets van doen met de gedaante van het imago. De oorzaak moet worden gezocht bij de rups. In de Vlinderatlas van Hoogeveen uit 1913 lezen we de oorzaak.

‘De volgende soort draagt den naam van Kameeltjesvlinder (…) wegens de vreemdgevormde rups; die, evenals de Aziatische kameel, twee rugbulten bezit.’

Deze goed zichtbare rugbulten zijn kenmerkend voor de rups. Je kan de rups tegenkomen op wilg en (ratel)populier.

Het kameeltje door Sepp

De naam ‘kameeltje’ speelt al lang rond in de Nederlandse entomologische wereld. Sepp gebruikte de naam al in 1762. Hij beschrijft dat er verschillende rupsen zijn die een vreemd uiterlijk hebben, daar hoort het kameeltje volgens de invloedrijke entomoloog zeker bij.

‘(…) het is dan ook om die reedenen dat men aan dit Infect of deze Rups, den Naam van Kameeltje, Dromedarisje of Draakje gegeven heeft, om deszelfs aanmerkelyke twee Bulten die deze Rups op de Rug heeft (…)’

Niet alleen ‘kameeltje’, ook ‘dromedarisje’ en ‘draakje’ waren in de race als naam. Dromedarisje lijkt een wat ongelukkige keuze omdat de rups wel degelijk twee bulten heeft, in tegenstelling tot het zoogdier. En omdat de naam ‘draak’ en ook 'dromedaris' al voorkomt, is het handig dat de keuze op ‘kameeltje’ is gevallen.

Het kameeltje door Goedaert

In de zeventiende eeuw werd al over de mooie nachtvlinder met karakteristieke rups geschreven. Goedaert beschrijft het beestje in 1660 als volgt:

‘Defe Rupfe (…) Heeft op fijn rugghe twee kromme haecken die geel (…) doch met een Amberachtigh gloeyend coleur vermenght.’

Het was Goedaert dus zeker opgevallen dat deze rups er anders uitzag. De naam ‘kameeltje’ of een andere naam gaf hij echter nog niet. De naamgeving moet dus waarschijnlijk tussen 1660 en 1762 worden gezocht, want in 1762 komt Sepp met zijn vlinderboek.

Voorkomen

De rups van het kameeltje (foto: Marianne Vos Jasper)

De vlinder kun je in een brede tijdsperiode treffen. Deze vliegt namelijk tussen half april en eind september in twee generaties. En ga vooral eens kijken bij een lichtbron, ze komen namelijk af op licht. De rupsen zie je tussen juni en september op veelal jonge bomen op open plekken.

Bronnen

Literatuur

  • Johannes Goedaert, Metamorphosis naturalis (Middelburg, 1660). Deze is online te raadplegen via deze link. 
  • E.J.V.M. Hoogeveen, Vlinderatlas (Bussum, 1913).
  • Jan-Christiaan Sepp, Beschouwing Der Wonderen Gods In De Minstgeachte Schepzelen Of Nederlandsche Insecten, Naar Hunne Aanmerkelyke Huishouding, Verwonderlyke Gedaantwisseling En Andere Wetenswaardige Byzonderheden, Volgens Eigen Ondervinding Beschreeven, Naar't Leven Naauwkeurig Getekend, In't Koper Gebracht En Gekleurd (Amsterdam, 1762) deel 1. Deze is online te raadplegen via deze link. 

Beelden

  • De plaat van Johannes Goedaert is verkregen door hulp van Kees Beaart uit de Goedaert Collectie, Krimpen aan den IJssel. 
  • De plaat van Hoogeveen komt uit zijn Vlinderatlas en is geraadpleegd via de eigen bibliotheek.
  • De plaat van Jan-Christiaan Sepp komt uit de collectie van de Königliche Gartenbibliothek, Herrenhausen, Hannover in der HAAB Weimar. Deze is online geraadpleegd via deze link.

Etymologie Goedaert Kameeltje Sepp VrijdagVlindernamendag