maandag 12 januari 2026
Vijftien soorten dagvlinders zijn de afgelopen eeuw verdwenen uit Nederland. We zullen de komende tijd regelmatig een van deze soorten onder de loep nemen. Hoe was het vroeger? Waar kwam de vlinder voor? Hoe verdween deze soort en waarom verdween hij? En zou hij nog kunnen terugkeren? Vandaag de derde in deze serie, het zilverstreephooibeestje.
Niet veel mensen zullen hem zelf gezien hebben. Het is een klein donkerbruin vlindertje en pas als hij gaat zitten valt de mooie en kleurrijke tekening op de onderkant op: een rij oogjes in een oranje veld, afgemaakt met een subtiel zilveren streepje. Wie hem in Nederland zag, is nu minstens tachtig jaar oud en wie hem in het buitenland zag, heeft daar een eind voor moeten reizen. Alleen als die reis richting de Baltische staten en Rusland ging, kan dat een toevallige ontmoeting geweest zijn, in de rest van Europa moet je precies weten waar je moet zoeken. We hebben het over het zilverstreephooibeestje, een lange naam voor een klein vlindertje.
In 1866 vermeldt A.H. Maurissen voor het eerst het zilverstreephooibeestje voor Nederland: “Vole en abondance dans quelques bois taillis aux environs de la ville” oftewel “Vliegen in overvloed in sommige hakhoutbossen in de buurt van de stad”. Een heer van stand schreef in die tijd in het Frans. Die stad was Maastricht, waar hij woonde. Vermoedelijk zijn de zilverstreephooibeestjes altijd heel lokaal aanwezig geweest, waar ze dan wel "in overvloed" konden vliegen. Dat gold ook voor de waarnemingen bij Slangenburg (Doetinchem), waar in 1902 en 1903 acht exemplaren van deze soort door Klokman werden gevangen. In 1900 duikt het eerste gedateerde exemplaar uit Winterswijk op. Uit die omgeving zal de vlinder tot 1959 regelmatig gemeld worden. Op 2 juni 1959 werden de laatste drie exemplaren gevangen en daarmee was de soort verdwenen uit ons land.
In de beschrijvingen van het leefgebied komen de woorden hakhoutbos en kreupelhout vaak terug. En ook in het buitenland lijkt dat een goede omschrijving. De foto’s hieronder van het leefgebied zijn uit verschillende plekken in Europa. Heel bijzonder zien deze plekken er ook weer niet uit, maar het zijn wel allemaal vochtige plekken.
Willinks Weust bij Winterswijk zou, volgens overleveringen, een van de plekken met zilverstreephooibeestje moeten zijn geweest. Als je naar de kaarten kijkt, zie je dat deze streek bijna onherkenbaar veranderd is, afgezien van de wegen en namen van boerderijen. Topotijdreis laat links rond 1925 een mengeling van heideveldjes, veentjes, stukjes met hoog bos, stukjes met hakhoutbos en akkertjes en hooilandjes omzoomd met houtwallen zien. Daar zal op veel plekken leefgebied voor het zilverstreephooibeestje geweest kunnen zijn – al zal het voor deze veeleisende soort vermoedelijk maar hier en daar net goed geweest zijn. Rechts de huidige situatie. Dankzij herinrichting is er nu wel weer een bijzonder natuurgebied maar kleiner dan vroeger en niet geschikt voor het zilverstreephooibeestje; en het wordt omringd door raaigras en mais.
Overal in Europa worstelt men met het behouden van het zilverstreephooibeestje. Met uitzondering van de Baltische staten en Rusland doet de soort het eigenlijk overal slecht. Populaties verdwijnen nog steeds een voor een. Het behouden van (vochtig) hakhoutbos en kreupelhout blijkt een hele uitdaging. Doe je niks, dan schiet het bos binnen een paar jaar door successie hoog op en verdwijnt de soort. Vroeger werden plekken als deze vanzelf onderhouden, want het hout was nodig voor de kachel en hakhoutbossen werden door de boeren regelmatig afgezet. En omdat iedere boer dat op zijn eigen manier en moment deed, was er vanzelf veel variatie met tijdelijke open plekken waar net gekapt was in een hakhoutbos.
In Nederland zal het zilverstreephooibeestje niet meer vanzelf terugkeren, hij zou er honderden kilometers voor moeten afleggen. Maar bovenal hebben we geen leefgebied dat groot, nat en gevarieerd genoeg is – en kan blijven – om altijd geschikt leefgebied te bieden.
Tekst: Chris van Swaay, De Vlinderstichting
Beeld: Kars Veling; Chris van Swaay; Topotijdreis
ChrisVanSwaay KarsVeling RodeLijstDagvlinders VerdwenenDagvlinders Zilverstreephooibeestje
Verdwenen uit Nederland: moerasparelmoervlinder
22-dec-2025
Een dwerg onder de blauwtjes
15-dec-2025
Vogelaars zien vroege vlinders en late libellen
20-nov-2025
Verdwenen uit ons land: de zilvervlek
17-nov-2025