Nieuwsbericht

Glazenmakers en paardenbijters

donderdag 25 augustus 2016

Wie kent ze niet, die grote libellen die als helikopters door de lucht suizen. Vooral in de tweede helft van de zomer kom je ze veel tegen. Er zijn diverse soorten in ons land, maar ze zijn niet altijd eenvoudig te herkennen. Ze vliegen vaak snel en gaan maar zelden goed zichtbaar zitten.

Alleen de namen als glazenmaker en paardenbijter zijn al boeiend. Dan ook nog hun grootte, hun vliegkunsten en de fabeltjes dat ze kunnen steken maken deze grote libellen tot misschien niet populaire, maar wel bekende insecten. Eerst even over die namen. De libellen zijn in twee groepen te verdelen en de glazenmakers horen tot de groep van de zogenaamde ‘echte’ libellen. Deze houden hun vleugels uitgespreid. De glazenmakers van vroeger (en dan bedoel ik mensen met het vak glazenmaker) droegen het glas dat ze in de vensters moesten aanbrengen op hun rug. Daarbij stak vaak aan beide kanten een flink stuk glas uit en de overeenkomst is duidelijk. De paardenbijter heeft ook een heel logische naam. Je ziet ze vaak rondom vee en je ziet ze ook daadwerkelijk ‘aanvallen’ uitvoeren op die dieren. Maar in werkelijkheid zijn ze op zoek naar voedsel en pakken ze de dazen en andere insecten van het vee. Paarden zijn dolblij met deze bijters.

We kennen in Nederland acht soorten glazenmakers en drie daarvan zijn algemeen en met name nu in augustus goed waar te nemen. Voor deze soorten hoef je geen grote trektochten te houden door natuurgebieden, maar deze komen ook voor in stedelijk groen en twee soorten zelfs ook veel in tuinen, zeker als daar een vijver is. De bruine glazenmaker, die zijn naam eer aan doet, heeft niet alleen een bruin lijf, maar ook de vleugels hebben die kleur. Deze vind je niet zo veel in tuinen, maar vooral bij grotere wateren en langs bosranden. Dat is ook de plek dat de paardenbijter erg talrijk kan zijn. Een mooi zon beschenen bosrand kan zo 15 of nog veel meer paardenbijters opleveren die daar op jacht zijn naar insecten. De paardenbijter, de kleinste van onze glazenmakers, komt ook wel in tuinen voor, maar er is ook een echte ‘tuinglazenmaker’, namelijk de blauwe. Deze heeft een wat verwarrende naam, want de mannetjes zijn blauw met groen en de vrouwtjes zelfs helemaal groen. De blauwe glazenmaker komt niet alleen jagen in tuinen, maar kan zich ook voortplanten in kleine tuinvijvertjes. De larven blijven daar een paar jaar om zich te ontwikkelen en dan kun je de verse blauwe glazenmakers vanuit je tuinstoel uit zien sluipen in de rand van je vijver.

Ziet u glazenmakers, maar heeft u moeite ze een naam te geven download dan gratis deze herkenningskaart. En hebt u de naam gevonden geef deze dan door op de Jaarrond Tuintelling.

glazenmakers Paardenbijter