Hommels

Er zijn enkele tientallen hommelsoorten. De werksters worden van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat overal op bloemen aangetroffen. Ze zijn goed herkenbaar en te onderscheiden aan de stevige lichaamsbouw, dichte beharing en op gekleurde ringen op borst en/of achterlijf.

Akkerhommel

Deze middelgrote hommel kenmerkt zich door een roodbruinbehaard borststuk. Die kleur herhaalt zich in een klein plukje aan het eind vanhet achterlijf. Ze hebben voorkeur voor bloemrijke gebieden met lage begroeiing.

Vliegperiode: april – oktober.

Aardhommel

Misschien wel de meest bekende en in het voorjaar de meest opvallende soort. Aardhommels hebben een gele ring op het borststuk en op en een opvallend wit laatste deel van het achterlijf. Ze nestelen onder de grond in bijv. een muizenhol.

Vliegperiode: maart – oktober.

Weidehommel

Deze hommel is soms al heel vroeg in het jaar actief. Later dan half juli tref je hem niet meer aan. De weidehomel is herkenbaar aan een smalle of brede gele ring op het borststuk en een oranjerode eind van het achterlijf. Kop en borststuk van de mannetjes is geheel geel behaard.

Vliegperiode: februari - oktober.

Steenhommel

Deze hommel komt wat levenswijze betreft overeen met de weidehommel, maar blijft wel tot laat in het jaar actief. Het lijf is zwartbehaard, met uitzondering van het laatste deel van het achterlijf. Dat is roodbehaard. Ze laten zich zien in open landschappen en tuinen.

Vliegperiode: maart – oktober.