gaffelwaterjuffer Coenagrion scitulum

Nieuwkomer uit Zuid-Europa.
Familie
waterjuffers (Coenagrionidae)
Onderfamilie
Coenagrioninae
Genus
Coenagrion
Onderorde
Juffers - Zygoptera
Zeldzaamheid

Zeldzaam. Heeft zich recent in nederland gevestigd en breidt zich langzaam uit.

Rode Lijst
niet beschouwd

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken

30-33 mm. Kleine waterjuffer met lichtbruine of grijze pterostigma’s. Mannetje: kenmerkende verdeling van blauw en zwart op het achterlijf. Segmenten 3, 4 en 5 voor ongeveer de helft blauw, 6 en 7 (vrijwel) geheel zwart, 8 en 9 grotendeels blauw. Segment 2 meestal met gaffelvormige zwarte tekening, die met de achterrand is verbonden. Onderkant van de ogen meestal groen, soms blauw. Vrouwtje: vrij veel lichte tekening op het achterlijf, vooral op segmenten 2 tot en met 5. De lichte delen kunnen blauw zijn, maar ook groen, geel of bruinig.

Mannetje: bovenste achterlijfsaanhangsels langer dan onderste (zijaanzicht). Vrouwtje: achterrand van het halsschild diep accoladevormig, met smalle uitstulping in het midden.

Gelijkende soorten

Gelijkende soorten:

Andere blauwe juffers, vooral azuurwaterjuffer en variabele waterjuffer.

Meer over gelijkende soorten:

Mannetje van andere blauwe waterjuffers hebben blauw aan de basis van achterlijfssegment 6, waardoor zij niet het typische achterlijfspatroon hebben van mannetjes gaffelwaterjuffer. Dit geldt niet voor mannetjes van maanwaterjuffer, maar die hebben ook meer zwart op de eerste helft van het achterlijf en bovendien een groene onderkant van het borststuk. Donkere exemplaren van variabele waterjuffer kunnen ook op de gaffelwaterjuffer lijken, maar zijn langer, slanker en hebben meestal onderbroken schouderstrepen.
Vrouwtjes gaffelwaterjuffer zijn blauwer dan vrouwtjes van de meeste andere soorten, maar voor zekere determinatie moet de vorm van de achterrand van het halsschild bekeken worden.

maanwaterjuffer
Coenagrion lunulatum

watersnuffel
Enallagma cyathigerum

donkere waterjuffer
Coenagrion armatum

azuurwaterjuffer
Coenagrion puella

lantaarntje
Ischnura elegans

speerwaterjuffer
Coenagrion hastulatum

variabele waterjuffer
Coenagrion pulchellum

Uiterlijk van de larve

Lengte: 14 - 21 mm; waarvan de achterlijfaanhangsels, procten, 3 - 6 mm. Een vrij klein larvehuidje met meestal korte afgeronde procten. Randen van het achterste deel van de proct zijn niet verdikt.

Verwarring met andere larven

Kan door de relatief korte procten verward worden met de mercuurwaterjuffer en de vogelwaterjuffer.
Het onderscheid is te zien, onder vergroting, aan de stand van de buitenste borstelhaar, op het prementum, ten opzichte van de rand. Bij de gaffelwaterjuffer is deze relatief klein.
Ook kan er verwarring optreden met de azuurwaterjuffer, de variabele waterjuffer en de watersnuffel. Bij deze laatste drie zijn de procten langer en is de afstand tussen de buitenste borstelhaar tot de rand op het prementum groter.

Levenscyclus

Vermoedelijk eenjarig. Het is nog niet bekend wanneer deze soort in Nederland uitsluipt. Vermoedelijk van eind mei tot half juli.

Larvenhuidjes zijn vaak te vinden tot enkele decimeters hoog op planten in de oever of op emerse vegetatie.

Leefomgeving van de larve

Tussen ondergedoken waterplanten in de oeverzone.

Habitat

Stilstaand en zwak stromend water in de zon, met veel water- en oeverplanten.

Biotoop

De Gaffelwaterjuffer vliegt bij Cadzand bij ondiepe plasjes en poelen op de overgang van duinen naar het binnenland. Het is zeer waarschijnlijk dat de Gaffelwaterjuffer op meer plekken langs de kust en in Zuid Nederland te vinden is. Kijk dan vooral op natuurontwikkelingslocaties, langzaam doorstroomde slootjes, ondiepe duinplasjes, zonovergoten kwelmoerasjes en in lekker warme zand- en grindgroeven.
 
Overgenomen (met toestemming) uit:

 

Vliegtijd en gedrag

Vliegtijd nog niet goed bekend voor de Nederlandse situatie. Vermoedelijk eind mei tot eind juli.

Mobiliteit

De noordwaartse uitbreiding van deze soort verloopt vrij langzaam maar er zijn vrij grote afstanden tussen de (bekende) populaties. Het is niet duidelijk of de mobiliteit de uitbreding beperkt of dat er andere oorzaken zijn.

In Nederland
Ja
Regionaal

In Zeeuws-Vlaanderen, in de omgeving van Cadzand ontdekt in 2007. Momenteel verspreid in Zeeland ten zuiden van de Oosterschelde, hier lokaal talrijk. In 2003 werd een zwerver waargenomen bij Tegelen, Limburg. Hierna zijn enige jaren geen waarneming in Limburg bekend. Sinds 2010 een langzame uitbreiding met populaties verspreid in de provincie. Recent ook waarnemingen in Noord-Brabant.

Europa

Zuidelijke soort: Frankrijk, Iberisch Schiereiland, Italië en Balkan. Lokaal in Midden- en West-Europa. Breidt zich naar het noorden uit.

Mondiaal

Oostelijk tot in Iran, zuidelijk tot in Noord-Afrika.

Zeldzaamheid

Eerste waarneming (zwerver) in 2003. In 2007 werd voor het eerst voortplanting waargenomen in Zeeuws-Vlaanderen. In 2010 kwam daar een populatie bij in Zuid-Limburg. Voor alsnog een zeldzame soort.
 

Verspreiding in Nederland in vier perioden
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - 2015
Engelse naam
Dainty Bluet, Dainty Damselfly
Duitse naam
Gabel-Azurjungfer
Franse naam
Agrion mignon
Toelichting wetenschappelijke naam

(Gr.) koinos=gewoon, algemeen, gemeenschappelijk met achtervoegsel agrion; agrion is vermoedelijk afgeleid van (Gr.) agrios (wild, landelijk) of agreus (jager); veel gebruikt achtervoegsel voor juffers
scitulum=knap, aardig, allerliefst


Nieuws

Tijdschriften

Projecten

Geen resultaten.

Soorten uit dezelfde familie waterjuffers (Coenagrionidae)

maanwaterjuffer
Coenagrion lunulatum

mercuurwaterjuffer
Coenagrion mercuriale

variabele waterjuffer
Coenagrion pulchellum

dwergjuffer
Nehalennia speciosa

tengere grasjuffer
Ischnura pumilio

azuurwaterjuffer
Coenagrion puella

alle soorten uit deze familie