Fochteloërveen

In het Fochteloërveen heb je echt een verrekijker nodig om de vlinders en libellen goed te kunnen zien. Zover je kijkt zie je het veenpluis en het wollegras van het hoogveen; je waant je in een oneindig uitgestrekt natuurgebied waar je niemand anders zult tegenkomen. Geen huizen, geen wegen, alleen rust en stilte. Je kunt hier dwalen door het uitgestrekte landschap, maar gezien de natte begroeiing is het slimmer om op de paden te blijven. Voor je het weet moet je een schoen in het veen achterlaten.

Veen ontstaat doordat de afgestorven planten niet afgebroken worden. Omdat ze in het water liggen komt er geen zuurstof bij en hoopt het plantenmateriaal zich op. In hoogveengebieden is regenwater de oorzaak van de langzame afbraak. Regenwater is heel voedselarm, en de planten die in het hoogveen groeien, zijn hier helemaal op ingesteld. Hoogveen is een kwetsbaar landschap. De hoge grondwaterstand, belangrijk voor de planten, wordt in de omringende landbouwgronden kunstmatig verlaagd. Gelukkig wordt er rond het Fochteloërveen een bufferzone ingericht tussen de landbouwgronden en het natuurgebied. In 2008 starten hiervoor de eerste werkzaamheden. Zo kan de waterstand op peil gehouden worden.

Het veengebied bevat heel veel water en is daarom een goede plek voor de noordse glazenmaker. De soort leeft als larve bij voorkeur in vennen en veenputjes met een zogenaamde veenmossoep. Het beheer van Natuurmonumenten in dit gebied is speciaal gericht op het in stand houden van dit veenmos, en de noordse glazenmaker profiteert hiervan. De noordse glazenmaker is een soort voor de meer ervaren libellenkijker, omdat deze erg lijkt op de venglazenmaker, die je ook kunt tegenkomen in het Fochteloërveen.

Andere libellen

Hieronder worden nog enkele libellen genoemd die te zien zijn in dit gebied. Klik op de naam van een libel voor meer informatie. U komt dan op de soortpagina van libellennet.

  • Maanwaterjuffer
  • Koraaljuffer
  • Tengere pantserjuffer