Bescherming Sleedoornpage

De sleedoornpage stelt bepaalde eisen aan zijn leefomgeving. Zo legt het vrouwtje haar eitjes uitsluitend op sleedoornstruiken. Het liefst op jonge uitlopers van deze pioniersoort: daar kunnen de rupsen van eten. In de natuur gaat deze verjonging vanzelf, door vraat van bijvoorbeeld runderen en herten. Maar tegenwoordig hebben de struiken (en daarmee de vlinders) onze hulp nodig.

De sleedoornpage gaat achteruit: steeds meer leefgebied van deze vlinder verdwijnt. De sleedoornpage gaat achteruit: steeds meer leefgebied van deze vlinder verdwijnt.

Wat doet De Vlinderstichting?

De oorzaak van de achteruitgang tot de jaren tachtig van de vorige eeuw is hoofdzakelijk het verdwijnen van het kleinschalige cultuurlandschap met zijn (sleedoorn)hagen en nectarplanten. Dat de vlinder daarna nog op veel plaatsen is verdwenen, komt veelal door veroudering van sleedoornstruweel en het verwijderen of te rigoureus snoeien van sleedoorns. Ook een gebrek aan ontmoetingsbomen ('kroegbomen') en nectarplanten in de buurt van de sleedoorns is ongunstig.

  • Sleedoornstruwelen die te oud zijn geworden en weinig jonge uitlopers hebben, moeten gefaseerd worden teruggezet (eenmaal per 3 tot 5 jaar), waarbij de oudste sleedoorns gespaard moeten worden omdat ze in het voorjaar waardevol zijn als nectarplant voor insecten.
  • Waar ‘verbraming’ optreedt en de sleedoorns gespaard moeten worden, zullen de braamstruiken rigoureus inclusief wortelstokken verwijderd moeten worden. Vaak zal dan ook herplant van jonge sleedoorns nodig zijn. Indien mogelijk is een gefaseerde aanpak aan te bevelen.
  • Als er sleedoornstruiken bij beheer zullen sneuvelen, dienen ze voor die tijd afgezocht te worden op eitjes. De takken met de aangetroffen eitjes worden dan afgeknipt en overgezet op geschikte struiken in de buurt die blijven staan.
  • Geïsoleerde vlieggebieden dienen gekoppeld te worden door de aanplant van sleedoorns in struweelverbindingen, zoals windsingels. Deze sleedoorns dienen dan als 'stapstenen'.

Waar komt de sleedoornpage voor?

De sleedoornpage komt in Friesland voor bij Wolvega; in Overijssel bij Steenwijkerland, Zwolle en Ommen (Prathoek); in Gelderland bij Nunspeet, Brummen, Epe, Apeldoorn, Doesburg, Duiven, Westervoort, Huissen, Arnhem, Wageningen, Ede; in Utrecht bij Amersfoort, Soest, Overlangbroek; in Noord-Brabant bij de Kraaijenbergse plassen; en in Zuid-Limburg. De soort lijkt een voorkeur te hebben voor overgangen van warme zandgronden naar rijke en vochtige gronden, zoals klei of veen.

Bekijk de kaart

Klik op de kaart voor een vergroting Klik op de kaart voor een vergroting

Eitjes zoeken

Omdat de vlinders zo verborgen leven, kan de sleedoornpage het beste worden gevonden door de eitjes te zoeken. De eitjes lijken qua uiterlijk op een golfballetje of zeeëgel. Ze zijn prima te vinden in de winter als de blaadjes van de struiken zijn. 

Download het telformulier

De resultaten van de tellingen zie je hieronder. Wil je meehelpen met tellen? Geef dan de waarnemingen door via Telmee of Waarneming.nl. Of vul het telformulier in, dan nemen we zo snel mogelijk contact met je op!

Eitje sleedoornpage (foto: Timme Koster) Eitje sleedoornpage (foto: Timme Koster)

Agenda

Het nieuwe telseizoen 2023/'24 is volop bezig. De tellingen staan hieronder vermeld.

Voor vragen, wil je meehelpen of wil je zelf een zoekdag inplannen, mail naar team-sleedoornpage van De Vlinderstichting.

Datum Plaats Contactpersoon
Maandag 19 t/m vrijdag 23 februari 2024 Zuid-Limburg

Menno Venema

Zondag 25 februari 2024 Doesburg

Menno Venema

Vrijdag 1 maart 2024 Ommen

Menno Venema

Resultaten

 Stand per 19-2-2024

Plaats  2019/2020 2020/2021 2021/2022 2022/2023 2023/2024
Amersfoort 19 7 5 1 4
Angerlo 3 4 5
Apeldoorn 168 124 336 401 416
Arnhem 392 505 1674 2210 859
Bennekom 9 16 7
Brummen 8 12 16 30 31
Dieren 4 35
Doesburg 84 115 192 272 55
Duiven 89 241 644 987
Ede 61 13 71 245 196
Ellecom (nieuw) 4
Epe 18 12 57 60 37
Hattem 1 0 1 2
Huissen 11 174 741 362 89
Kraaijenbergse plassen 120 188 245 354 282
Leersum 11 1 37 23 13
Nunspeet 26 11 14 59 100
Olst-Wijhe 1 1
Ommen 21 7 55 25
Oosterbeek (nieuw) 4
Overlangbroek/Langbroek 194 182 101 418 216
Renkum (nieuw) 1
Rheden 2 3 15
Rhenen 1 8
Soest 139 6 18 19 39
Steenwijkerland 283 264 368 1223 998
Vaassen 12 8
Velp 31 22 14 35 23
Wageningen 105 147 406 965 1366
Wenum-Wiesel (nieuw) 2
Westervoort 8 116 159 239 350
Windesheim 11
Wolvega 0 3 0
Zevenaar (nieuw) 5
Zuid-Limburg 314 156 439 691 158
Zuidwolde 17 3 0 12 4
Zwolle 240 335 1334 2483 1806
Totaal 2279 2497 6548 10821 8108

Vragen?

Vragen over de sleedoornpage, of meer weten? Neem contact met ons op via team- sleedoornpage!

Meer eitjes van andere vlinders

Er zijn meer soorten vlinders waarvan in de winter eitjes zijn te vinden op de sleedoorn en die voor verwarring kunnen zorgen met de sleedoornpage. De meidoornuil overwintert ook als eitje; de eitjes verkleuren van lichtgeel naar bruin en zijn enigszins piramidevormig.

 

 

 

 

 

 

De blauwrandspanner heeft witte tot roze eitjes maar ovaal van vorm en glad met een deukje. Een soort van pantoffeltjes of badkuipjes.

 

Eitje van de meidoornuil Eitje van de meidoornuil
Eitjes blauwrandspanner Eitjes blauwrandspanner

Ook andere vondsten

Zo kun je de pop van de meidoornooglapmot (Bucculatrix bechsteinella) tegenkomen.

Pop meidoornooglapmot Pop meidoornooglapmot