gallendwergspanner Eupithecia analoga

Familie
spanners (GEOMETRIDAE)
Onderfamilie
Larentiinae / Eupithecia analoga
Groep
Nachtvlinder die zowel dagactief als nachtactief is
Hoe moeilijk te herkennen
(moeilijk tot zeer moeilijk te determineren)
Zeldzaamheid

Zeer zeldzaam. Een soort die vooral voorkwam in Gelderland, Utrecht en Limburg, maar waarvan maar enkele recente waarnemingen bekend zijn. RL: gevoelig.

Rode lijst
gevoelig

Verspreiding
Vliegtijd
Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 9-13 mm. Lijkt sterk op de spardwergspanner (E. abietaria) met een eveneens duidelijke dikke middenstip. De flauw zichtbare golflijn is relatief stomp getand. De palpen zijn vrij lang.

Gelijkende soorten vlinder

De spardwergspanner (E. abietaria) is gemiddeld groter, helderder getekend en heeft een scherper getande golflijn. De palpen zijn korter.

spardwergspanner
Eupithecia abietaria
GEOMETRIDAE: Larentiinae

Gelijkende soorten rups

De rupsen van de Eupithecia-soorten lijken veel op elkaar. Bij determinatie kan de waardplant een handig hulpmiddel zijn.

Levenscyclus

Rups: juni-augustus. De rupsen leven in gallen op sparren; deze gallen worden veroorzaakt door bladluizen. De door rupsen bewoonde gallen zijn te herkennen aan de opening, waaruit uitwerpselen hangen. Ook de verpopping vindt plaats in de gal en de pop overwintert.

Waardplanten

Spar.

Habitat

Vooral naaldbossen.

Vliegtijd en gedrag

Begin mei-half juli in één generatie.

België

Zeer zeldzaam. Gekend uit o.m. Namen en Luxemburg, maar recente waarnemingen ontbreken.

Mondiaal

Niet op de Britse eilanden; in Scandinavië tot boven de poolcirkel. Van Noordwest-Europa tot de Oeral en Siberië; het zuiden van Midden-Europa tot de zuidrand van de Alpen.

Trend op lange en korte termijn
Onderstaande grafieken tonen de verandering in de talrijkheid van de soort in de loop van de tijd. De eerste grafiek geeft het verloop over de hele periode waarvan we waarnemingen hebben. Omdat de oude gegevens vaak niet erg nauwkeurig zijn (geen aantallen) en incompleet (nadruk op zeldzame soorten) wordt hier de presentie afgebeeld. De tweede grafiek laat het verloop zien van de prestatie van de soort in de laatste dertig jaar. Wat presentie en prestatie precies zijn, en hoe ze worden berekend kunt u lezen op de pagina De berekeningen.
Verspreiding in Nederland in vier perioden
Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.
voor 1950
1950 - 1979
1980 - 1999
2000 - feb 2016
Zeldzaamheid
Duitse naam
Fichtengallen-Blütenspanner
Franse naam
la Petit eupithécie de sapin
Synoniemen
Eupithecia bilunulata, Eupithecia strobilata
Toelichting Nederlandse naam

Alle soorten uit het Genus Eupithecia plus nog een aantal andere kleine spanners zijn samengebracht onder de groepsnaam dwergspanner.
De rups van deze dwergspanner leeft in gallen die veroorzaakt worden door bladluizen op spar.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Eupithecia: eu = goed, goedig en pithex, pithekos = een dwerg. De vlinders hebben een aantrekkelijk uiterlijk en zijn klein. Haworth schrijft: mooie vlinders, als ze rusten zien ze er prachtig uit: de vleugels gespreid en vlak, elegant gedrukt tegen de ondergrond; eigenlijk helemaal ontworpen om ze in vlinderkasten te verzamelen.

Auteursnaam en jaartal
Djakonof, 1926

Actualiteiten

Ontdek meer

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie spanners (GEOMETRIDAE)

oranje agaatspanner
Eulithis testata

smaragdgroene zomervlinder
Chlorissa viridata

geelschouderspanner
Ennomos alniaria

puntige zoomspanner
Epione repandaria

berkenoogspanner
Cyclophora albipunctata

kruiskruiddwergspanner
Eupithecia expallidata

alle soorten uit deze familie