weegbreebeer Parasemia plantaginis

Familie

spinneruilen (EREBIDAE)

Zeldzaamheid

Zeer zeldzaam. Een soort die vroeger populaties had in het uiterste zuiden van Limburg. Na lange tijd afwezigheid is de soort in 2010, 2012 en 2014 weer waargenomen op diverse plekken in Zuid-Limburg. RL: ernstig bedreigd.

Rode lijst

ernstig bedreigd

Meer foto's

Terug naar boven ^

Levenswijze

Vliegtijd en gedrag

Half mei-begin september in één generatie. De vlinders kunnen overdag opgejaagd worden uit lage vegetatie. Bij zonnig weer zijn mannetjes waar te nemen die in een snelle en grillige vlucht op zoek zijn naar een vrouwtje. De vrouwtjes, die aan het eind van de middag en na de schemering actief zijn, zijn veel trager; overdag kunnen ze ei-afzettend worden waargenomen.

Levenscyclus

Rups: augustus-mei. De soort overwintert als jonge rups laag in de vegetatie en verpopt zich in een cocon die tussen plantenstengels gesponnen is.

Verspreiding

Vliegtijd

Benaming

Engelse naam

Wood Tiger

Duitse naam

Wegerichbär

Franse naam

l'Écaille du plantain

Oud Nederlandse naam

spaanse vaan

Synoniemen

Nemeophila plantaginis, Arctia plantaginis

Meer

Toelichting Nederlandse naam

De aanduiding beer heeft deze soort gemeen met de grotere soorten uit de familie van de beervlinders (Arctiidae). De naam beervlinders heeft deze familie te danken aan het uiterlijk van de rupsen die dicht behaard zijn en daardoor aan een beer doen denken. Weegbree is slechts één van de lage planten die waardplant van deze soort zijn. Zie ook 'toelichting op de wetenschappelijke naam'.

Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam

Parasemia: parasemon is een herkenningsteken, naar het onderscheidende vleugelpatroon.
plantaginis: Plantago, Plantaginus is het plantengeslacht weegbree, een van de door Linnaeus aangegeven waardplanten van deze beervlinder.

Auteursnaam en jaartal

(Linnaeus, 1758)

Herkenning

Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 17-20 mm. Deze beervlinder is variabel in kleur, maar altijd goed te herkennen aan de opvallende lengtestreep langs de binnenrand van de voorvleugel. De achtervleugel van het mannetje is gewoonlijk geelachtig met zwarte strepen en vlekken; die van het vrouwtje wit met meer zwart, vooral in het wortelveld.

Kenmerken rups

Tot 35 mm; lichaam donker bruinachtig zwart, aan de onderzijde lichter, overdekt met zwartachtige haarborstels, die op verheven, glimmend zwarte wratjes staan ingeplant; de segmenten vier tot zes met roodachtig bruine haarborstels op roodachtig bruine wratjes op de rugzijdde; kop glimmend zwart.

Verspreiding in Nederland in vier perioden

Onderstaande kaartjes tonen de verspreiding binnen Nederland in vier perioden. Hoe groter en donkerder een stip, des te groter was de presentie van een soort in het desbetreffende uurhok (5x5 kilometerhok). Presentie geeft aan in welke mate een soort is over- of ondervertegenwoordigd ten opzichte van de (macronachtvlinder-)fauna als geheel. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna.

Habitat

Heiden, ruige graslanden en open plekken in het bos.

Planten

Diverse kruidachtige en houtige planten, waaronder weegbree, dophei, geel zonneroosje, kleine pimpernel, silene, dagkoekoeksbloem, paardenbloem en kruiskruid.

Waardplant

Dopheide
Erica

Zonneroosje
Helianthemum

Bevernel
Pimpinella

Weegbree
Plantago

Kruiskruid
Senecio

Silene
Silene

Paardenbloem
Taraxacum

Actualiteiten

Ontdek meer

Blijf op de hoogte

Ontvang vlindernieuws

Soorten uit dezelfde familie spinneruilen (EREBIDAE)

klein geel weeskind
Catocala nymphagoga

nonvlinder
Lymantria monacha

hoekstipvlinder
Orgyia recens

schaduwsnuituil
Herminia tarsicrinalis

geellijnsnuituil
Trisateles emortualis

grote beer
Arctia caja

Alle soorten uit deze familie