Zeer zeldzaam. Een soort die vroeger lokaal voorkwam in het zuidoosten van het land; de meest recente waarnemingen komen uit Zeeland (2008) en Drenthe (2010, 2014). RL: gevoelig.
Voorvleugellengte: 13-15 mm. De rusthouding van deze snuituil doet enigszins denken aan een deltavorm met scherpe hoekpunten. De voorvleugel heeft een lichtgrijze grondkleur met een fijne donkere spikkeling. Kenmerkend zijn de drie roodachtig bruine dwarslijnen, waarvan de buitenste via een gelijkmatige boog in de vleugelpunt eindigt; de dwarslijnen zijn afgezet met een geelachtige rand.
De voorvleugel van de bruine sikkeluil (Laspeyria flexula) heeft een grof uitgeholde achterrand; op de vleugel bevinden zich slechts twee dwarslijnen, die bij de voorrand scherp gehoekt zijn.
bruine sikkeluil
Laspeyria flexula
EREBIDAE: Phytometrinae
Half mei-eind juli in één generatie. De vlinders zijn overdag gemakkelijk op te jagen van de waardplant. Ze vliegen vanaf de schemering en komen op licht.
Rups: juni-augustus. De rups eet uitsluitend jonge bladeren van de waardplant en rust overdag tegen een bladsteel. De soort overwintert als pop op een tak van de waardplant, in een stevige cocon waarin bast verwerkt is.
(Ratel)populier en wilg.
Bosranden en open plekken in vochtige bossen.
Zeer zeldzaam. Een soort die vroeger lokaal voorkwam in het zuidoosten van het land; de meest recente waarnemingen komen uit Zeeland (2008) en Drenthe (2010, 2014). RL: gevoelig.
Zeer zeldzaam. In Vlaanderen slechts één recente waarneming (Mechelen, 2008). In Wallonië recent gezien in Henegouwen, Namen en Luxemburg.
De verloop van de zuidgrens: door Noord-Spanje, Zuid-Italië, Dalmatië tot Zuid-Bulgarije en de Zwarte Zee. In het noorden tot de Baltische staten en Zuid-Finland. Naar het oosten tot de Oeral. Heinicke en Naumann (1980 - 1982) wijzen op naar het noorden gerichte uitbreidingsgolven in de afgelopen eeuw.
De vlinder toont in rust een heel regelmatig gebogen lijn van de ene vleugelpunt naar de andere.
Colobochyla: kolobos is in de groei blijven steken en kheilos is een lip, naar de korte labiale palpen. Dit is de enige soort in dit genus.
salicalis: Salix is het plantengeslacht wilg, daar zitten inderdaad enige voedselplanten bij. De uitgang -alis omdat Denis en Sciffermüller deze soort beschreven als een pyralide n.l. Pyralis salicalis.
Actualiteiten
Ontdek meerBlijf op de hoogte
Ontvang vlindernieuwsWord donateur
Steun De Vlinderstichting
plat beertje
Eilema lurideola
nonvlinder
Lymantria monacha
paddenstoeluil
Parascotia fuliginaria
grasbeertje
Coscinia cribraria
meriansborstel
Calliteara pudibunda
phegeavlinder
Amata phegea