Thera grijs 1

De volgende soorten lijken sterk op elkaar:

Antennen

De drie moeilijkste Thera-soorten (de sparspanner (T. variata)), de schijn-sparspanner (T. britannica) en de grijze vorm van de naaldboomspanner (T. obeliscata)) zijn bij mannetjes te onderscheiden aan de zaagtanding van de antennenleden. De eventuele zaagtanden zitten aan de binnenkant van de antennen!
Aan de vrouwelijke antennen zijn geen significante verschillen te zien (wel met behulp van electronenmicroscopie en met micrometers, maar dat voert hier te ver).

Sparspanner

Thera variata

sparspanner (Thera variata), antenne mannetje
  • Mannelijke antennen van de sparspanner (T. variata) zijn niet gezaagd, maar meer parelsnoervormig. Verwar deze laatste niet met vrouwelijke exemplaren van de andere soorten, u bent dan zeker niet de eerste die daar intrapt!
  • Zuiver bruine of rode vormen komen bij de sparspanner (T. variata) en de schijn-sparspanner (T. britannica) niet voor, de dominante kleur is grijs. In de middenband bevindt zich wel vaak bruin, vooral in het smalle gedeelte onderin.
  • Bij de meest algemene vorm van de sparspanner (T. variata) en de schijn-sparspanner (T. britannica) is de middenband afgezet met een witte gloed.
  • De achtervleugels zijn lichtgrijs.

Schijn-sparspanner

Thera britannica

schijn-sparspanner (Thera britannica), antenne mannetje
  • Mannelijke antennen van de schijn-sparspanner (T. britannica) zijn duidelijk gezaagd (dus niet afgeplat, de tanden zijn vaak met het blote oog te zien!).
  • Een zeldzamere vorm van de schijn-sparspanner (T. britannica) is sterk verdonkerd, vrijwel zonder witte afzetting van de middenband (deze vorm is niet bekend van de sparspanner (T. variata)).
  • Een nog zeldzamere vorm van de schijn-sparspanner (T. britannica) is de witte vorm met een donkere middenband (deze vorm is niet bekend van de sparspanner (T. variata)).
  • De achtervleugels zijn lichtgrijs.

naaldboomspanner

Thera obeliscata

naaldboomspanner (Thera obeliscata), antenne mannetje
  • Mannelijke antennen van de naaldboomspanner (T. obeliscata) hebben sprietleden die afgeplat gezaagd zijn.
  • Zuiver grijze vormen komen bij de naaldboomspanner (T. obeliscata) eigenlijk niet voor, er is altijd nog wel wat bruin in de vleugels te ontdekken.
  • Exemplaren met een roodbruin middenveld behoren (uitgezonderd de hoekbanddennenspanner (P. firmata)) altijd tot de naaldboomspanner (T. obeliscata).
  • Grijzige exemplaren zijn als naaldboomspanner (T. obeliscata) te herkennen als er buiten het middenveld ook bruin aanwezig is, bijvoorbeeld vermengd met grijs.
  • Bij de naaldboomspanner (T. obeliscata) komt een middenband die is afgezet met een witte gloed alleen in de grijze vorm voor.
  • De achtervleugels zijn donkerder en meer bruingrijs dan die van de sparspanner (T. variata) en de schijn-sparspanner (T. britannica).

Opmerking:

De grijze vorm met een witte middenbandafzetting is de gewoonste vorm bij de schijn-sparspanner (T. britannica) en de sparspanner (T. variata). Mannetjes kunnen dan onderscheiden worden aan de hand van de antennen. Vrouwtjes zijn alleen te onderscheiden met behulp van genitaliënonderzoek. Een ander betrouwbaar kenmerk is nog niet gevonden, ondanks alle beweringen in forums, internet en literatuur.
Let op: ook de naaldboomspanner (T. obeliscata) heeft een dergelijke grijze vorm met witte middenbandafzetting.