Wat is een vlinder?

Wat is een vlinder (en wat niet?)

In de meeste gevallen geen probleem zijn om een insect als zijnde een vlinder te herkennen. Maar er is een aantal insecten die vaak verward word met vlinders.

Vlinders behoren binnen de orde Insecten tot de Lepidoptera. Dit woord komt uit het Grieks: (Grieks: lepis = schub en pteron (meervoud ptera) = vleugel). De letterlijke vertaling is dus ‘schubvleugeligen’. De vleugels van vlinders zijn bedekt met schubben, die op verschillende wijze licht absorberen. Zo krijgen ze de voor ons zichtbare kleuren en tekening.

Dagvlinders vliegen overdag en nachtvlinders 's nachts

Nee, dat is niet helemaal waar, want er zijn ook nachtvlinders die overdag vliegen. Het verschil zit hem in de voelsprieten. Bij dagvlinders eindigen de voelsprieten altijd in een knopje en staan de vleugels meestal omhoog als de vlinder in rust is, vlak tegen elkaar aan geklapt. Bij nachtvlinders eindigen de voelsprieten nooit in een knopje. (foto kolibrievlinder: Henk Bosma)

Lees meer

Schietmotten of kokerjuffers

Schietmotten hebben geen schubben, maar haartjes op de vleugels.

Er zijn ook andere insecten die op vlinders lijken. Een aan vlinders nauw verwante insectenorde is die van de schietmotten of kokerjuffers (Trichoptera). De vleugelvorm en de vleugelhouding lijken sprekend op die van sommige nachtvlinders en ook hebben de schietmotten lange tot zeer lange antennen.

Schietmot of vlinder?

Een belangrijk onderscheid met een vlinder is:

  • Schietmotten hebben geen schubben, maar haartjes op de vleugels.
  • Het borststuk is veelal kaal of borstelig behaard.
  • De vleugels zijn meestal saai bruin of grijs gekleurd, slechts in enkele gevallen met een opvallende tekening.
  • De poten van de schietmotten zijn meestal vrij lang met opvallend lange sporen (bij vlinders één of geen spoor op de tibia, bij schietmotten drie).
    Alle volwassen schietmotten hebben kaken (mandibels) terwijl vrijwel alle vlinders in plaats daarvan wel of geen roltong hebben (uitgezonderd de primitieve familie Micropterigidae). 

Waar komen de namen schietmot en kokerjuffer vandaan?

De naam schietmot komt waarschijnlijk van het typische vluchtgedrag waarbij ze werkelijk plotseling snel kunnen wegschieten. De naam kokerjuffer wijst op het leefgedrag van de larve die in stromend of stilstaand waterkokertjes of buisjes maakt ter bescherming van zijn weke achterlijf. Er zijn ook enkele vlinderrupsen die kokertjes maken (Adelidae, Coleophoridae, Psychidae), maar deze leven op het land in plaats van in het water. De weinige soorten die als rups onder water leven maken veelal spinsels of zitten in plantenstengels. Slechts één kokerjuffersoort leeft als larve op het land: Enoicyla pusilla, die in bladstrooisel heel gewoon kan zijn. De kokertjes van de larve worden circa 1 cm lang en zijn gemaakt van zandkorrels. Rupsenkokertjes zijn nooit van zandkorrels gemaakt en dus goed te onderscheiden.

Verwarring met motmuggen

Een wat minder bekende groep die nu en dan toch voor verwarring zorgt zijn de motmuggen (Psychodidae) van de orde vliegen en muggen (Diptera). Hoewel de meeste soorten erg klein zijn komen er toch enkele relatief grote soorten voor in Nederland, die prompt ook wel voor vlinder worden aangezien. 

Kenmerken van motmuggen

De ovale voorvleugels die in ruststand, net als bij sommige vlinders, V-vormig worden neergelegd, het wollig behaarde borststuk en de nachtvlinderachtige antennen, dragen daartoe bij.
Maar deze motmuggen zijn onmiddellijk van de vlinders te onderscheiden door het ontbreken van goed ontwikkelde achtervleugels; alleen een rudiment hiervan in de vorm van een knotsje is nog aanwezig. Helaas is dit op het eerste gezicht natuurlijk moeilijk te zien, omdat de motmuggen zo klein zijn. Net als schietmotten hebben ook motmuggen haren in plaats van schubben, maar ook dat is pas te zien na een sterkere vergroting.

Wetenschappelijke definitie van een vlinder

De wetenschappelijke definitie van wat een vlinder een vlinder maakt, bestaat uit tien zeer technische kenmerken, die zelfs voor een professional moeilijk te zien en te begrijpen zijn. Wilt u ze lezen? Het is even doorbijten, maar hieronder kunt u ze vinden: 

  1. Het volwassen dier mist de mediane ocellus.
  2. Het heeft een intercalaire scleriet op de antennen tussen de schacht en depedicel.
  3. De maxillaire palpen zijn tussen de segmenten 1-2 en 3-4 gekromd, maar in de meeste families is deze maxillaire palp gereduceerd of verdwenen.
  4. Het terminale segment van de labiale palp heeft een gevoelige zone dat het Orgaan van Rath wordt genoemd.
  5. De tibia van de voorpoten heeft een epiphyse (een kam dat de antennen schoonmaakt) en slechts één of geen spoor (in Trichoptera zijn dat er drie).
  6. De vleugels zijn meestal voor het grootste deel bedekt met schubben.
  7. Het stigma op de metathorax heeft een anteriore externe lip.
  8. Het eerste abdominale tergiet is grotendeels niet gechitiniseerd en heeft laterale lobben die met het volgende sterniet scharnierend verbonden zijn.
  9. De valven in het mannelijk genitaal zijn primair ongedeeld, niet te verwarren met de secundaire delingen of insnijdingen in latere evolutie.
  10. Anale cerci zijn in beide seksen niet meer aanwezig.

Alles over vlinders