Anatomie

De bouw van een nachtvlinder

De bouw van een rups

Een rups kan worden opgedeeld in drie delen: kop, borststuk en achterlijf.

De kop

Het grootste deel van de kop bestaat uit de ‘nep’-ogen (de voorkant van de kop). Vlakbij de krachtige kaak zitten zes paar echte ogen; de rups kan hier echter geen beelden mee zien, maar wel verschillen in lichtintensiteit mee detecteren. Met de korte voelsprieten, die zich ook vlakbij de kaak bevinden, kan de rups proeven en zo de juiste waardplant vinden. Onder de kaak zitten twee kleine kaakdelen die het voedsel naar de kaak begeleiden. Bij veel soorten is ook onderaan de kop ook een spinklier aanwezig waarmee spinsel gemaakt kan worden om bijvoorbeeld een cocon te maken.

Het borststuk

Het borststuk, ook wel thorax genoemd, bestaat uit drie segmenten. Aan elk segment zit een paar borstpoten. Deze poten worden soms ‘echte’ poten genoemd, omdat dit de poten zijn die later de zes poten van de vlinder vormen.

Het achterlijf 

Het achterlijf bestaat uit tien segmenten. Bij de meeste soorten zitten aan de eerste twee achterlijfsegmenten geen poten, daarna volgen vier segmenten met buikpoten (soms neppoten genoemd), vervolgens zijn er weer een aantal segmenten zonder poten en aan het eind van het achterlijf, aan het laatste achterlijfsegment, heeft de rups een paar naschuivers. Rupsen uit de familie van de spanners (Geometridae) hebben slechts één paar buikpoten en deze zitten aan het zesde achterlijfsegment.

Er zijn ook enkele rupsensoorten die twee of drie paar buikpoten hebben. Een bekend voorbeeld is de rups van de gamma-uil (Autographa gamma) die slechts twee paar buikpoten heeft. Het laatste segment bevat ook de anus. Bij de rupsen uit de familie van de pijlstaarten (Sphingidae) zit op het achtste segment vaak een stekel (de zogenoemde pijl waaraan deze familie zijn naam dankt).

Ademhaling en tast

Rupsen halen geen adem door hun mond, maar via zeer kleine ademhalingsbuisjes (tracheeën), waarvan op elk segment aan weerszijden van het lichaam een opening zit; deze ademhalingsopeningen worden ook wel stigmata genoemd. In het lichaam van de rups zit een netwerk van buisjes die de zuurstof vervoeren tot aan de cellen (de zuurstof wordt dus niet via het bloed vervoerd zoals bij mensen het geval is).

De tastzintuigen van rupsen zitten in kleine haartjes waarmee het hele lichaam bedekt is. De haartjes zijn verbonden met zenuwcellen die informatie aan de hersenen doorgeven. Andere tastzintuigen zijn de korte antennen aan de kop om voedsel te vinden en mee te proeven.

Leeftijd

Een rups leeft ongeveer twee weken tot enkele jaren. Tijdens de ontwikkeling moet de rups enkele malen vervellen omdat de huid niet meegroeit. Dit gebeurt meestal vier of vijf keer. Een groeistadium (tussen twee vervellingen in) wordt ook wel een instar genoemd.

De rups van het kroonvogeltje heeft, zoals bij de meeste soorten het geval is, drie paar borstpoten, vier paar buikpoten en één paar naschuivers. Ook de ademhalingsopeningen en de kleine haartjes waarmee het lichaam bedekt is, zijn goed te zien. (foto: Jeroen Voogd)

Alles over vlinders